![]() |
Hoe schrijf je een toneelstukeen korte cursus creativiteit |
willekeur
Originaliteit begint met willekeur. Origineel is datgene waar niemand aan denkt. De eerste stap is dus om iets te bedenken waar niemand aan denkt.
Proefondervindelijk heeft het Zaaltejater geleerd dat het ook voor originele mensen niet meevalt iets te bedenken waar niemand aan denkt (misschien is het goed om dit even uit te leggen: op het moment dat iemand iets origineels bedenkt, heeft iemand dat al bedacht, namelijk de persoon in kwestie).
Een tweede bezwaar tegen het bedenken van iets origineels is het collectiviteits-principe van het Zaaltejater. Dit bezwaar geldt niet voor elk creatief proces, maar in het geval van het Zaaltejater is het wel degelijk een belangrijk bezwaar. Als een eenling iets bedenkt, dan verstoort dat de collectiviteit, en juist het collectief is de kracht van het Zaaltejater. Later in het proces is individuele inbreng onvermijdelijk, maar als beginpunt is het onacceptabel. Over dit punt is intern uitvoerig gediskussieerd, het zou te ver voeren om deze diskussies hier verder te bespreken.
Uiteindelijk hebben we intuitieve woordenboek-methode ontwikkeld om willekeur in te brengen. Ieder pakt het woordenboek en prikt een willekeurig woord. Inmiddels wordt deze methode ook voor andere doeleinden gebruikt, we willen hier benadrukken, dat wij deze methode als eerste hebben ontwikkeld en toegepast.
Om dit enigszins te simuleren, is hieronder een drietal hokjes gemaakt. Drukken op de start knop start een procedure die een aantal achtereenvolgende woorden in het hokje laat verschijnen. Druk op stop, en er is een woord gekozen.
verbanden leggen, de samenhang
Als elke creatieve uiting, behoeft een toneelstuk enige interne coherentie, alsook enig verband met de wereld c.q met belevingswereld van een verondersteld publiek.
Interne coherentie is de eigen taal van het toneelstuk, een taal die de eigen wereld van het toneelstuk beschrijft, een wereld die nog niet bestond voordat het toneelstuk er was. De volgende stap is dus om samenhang te brengen in de willekeurig gekozen woorden.
Ook hiervoor hebben wij een methode ontwikkeld, de collectieve associatie-methode. Kortweg uitgelegd, komt dat hierop neer dat we in een kring zittend vrijelijk assoscieren op de woorden die uit het woordenboek zijn geprikt. Daarbij neemt ieder de associatie van zijn voorganger als uitgangspunt.
Na enige associatie-ronden nemen we in ons collectief onderbewustzijn waar dat we met het betreffende woord klaar zijn, en hebben we dus een eindpunt bereikt.
Ook dit wordt op deze pagina gesimuleerd. De startknop laat de associatie beginnen, het eindpunt kondigt zichzelf aan.
En nu...aan de slag
Op deze wijze kiezen wij de thema's voor onze toneelstukken. Vanaf dit punt is het slechts een kwestie van uitwerken van de gegeven thema's. Door de gebruikte methoden zijn we ervan verzekerd dat het thema deze keer zowel origineel is, als ook de wezenlijke interesse van ieder van ons heeft.
Links
* Hoe doet Loesje het, en zelfs: doe zelf mee met Loesje.
* Het heeft vast wel een therapeutische waarde, handig, als je steeds weer op dezelfde thema's uitkomt.
door
Sybe Visser
, naar een idee van Rik de Swart
laatst bijgewerkt 25/06/2000