
Het maken van een fatsoenlijke behuizing voor een elektronische schakeling is een uitdaging die ik niet altijd aanga. Maar als het betreffende apparaat in de huiskamer geplaatst moet worden, zijn er enkele mensen in mijn omgeving die eisen gaan stellen. Dus moet er iets gefixt worden dat acceptabel is voor de vrouw en dat bestand is tegen gebruik door vrouw en kinders. Daarnaast ben ik zelf ook een beetje kieskeurig qua vormgeving. En alles moet met wat simpel huisvlijt te realiseren zijn. Randvoorwaarden genoeg dus.
De oplossing bestond in dit geval uit 2 plaatjes 18mm multiplex (berken). Deze werden op elkaar gelijmd, hier en daar uitgehold en aan de onderkant afgedicht met een stevige aluminium bodemplaat op anti-slip dopjes.
Van achter naar voor is de bovenplaat van enkele gaten voorzien:
Tijdens de bouw heb ik geen foto's gemaakt, we moeten het doen met plaatjes in afgemonteerde toestand:

De behuizing vanaf de onderkant gezien (grondplaat verwijderd):
Van de onderplaat blijft niet veel anders over dan de randjes. Daardoor ontstaat ruimte voor een printplaatje met
daarop de stroombronnen, voor de bedrading en voor wat losse onderdelen zoals de stevige uitgangscondensators (elco + FKP).
En helemaal achteraan een gaatje voor het netsnoer, uiteraard voorzien van een trekontlasting. Ik zag geen kans om
ook nog op een veilige manier een aan/uit-schakelaar te monteren. Dat regelen we dan maar via de contactdoos waar
de stekker naar toe gaat.
Aan de voorkant is een gat geboord waarin de contactbus voor de koptelefoonplug geschoven is. Die contactbus heb
ik ooit uit een tuner/versterker gesloopt. Het is een geheel metalen robuust geval. En hij kan keurig met boutjes
bevestigd worden. Dat vroeg om hergebruik. Hier dus.
Nadat alle gaten aangebracht waren, werden beide plaatjes multiplex op elkaar gelijmd met constructielijm (PUR).
Dat plakt tamelijk goed. En op de 4 hoeken zijn er nog deuvels ingeklopt. Dat gaat niet snel meer los.
De lijm puilt natuurlijk uit de kieren en dat moet je dan snel wegpoetsen met wasbenzine of terpentine. Als het
hard geworden is, is het namelijk niet meer weg te schuren omdat het veel harder is dan het omliggende hout. Dat
wordt echt nooit meer glad.
De buizen worden geplaatst in buisvoetjes. Ook die heb ik ergens uitgesloopt. Wel goed schoongemaakt natuurlijk o.a. met contactspray.
Het zijn keramische exemplaren voor chassismontage. De contacten zijn volgens mij verzilverd. Af en toe schoonmaken
blijkt wel noodzakelijk. Als ik het opnieuw zou doen, zou ik vergulde exemplaren aanschaffen. Voor dit soort contactpunten
is een goudlaagje onontbeerlijk voor storingsvrij contact.
Ook de buizen zijn tweedehands. De ECC82's komen uit één of andere HF-schakeling, de herkomst van de EL84's kan ik
niet meer traceren. Al met al zitten er weinig nieuwe onderdelen in het apparaat. Eigenlijk alleen de transistors,
de meeste weerstanden en de uitgangscondensators. De trafo bijvoorbeeld is afkomstig uit een zelfbouw versterker die ik heel lang
geleden op de kop tikte. Het waren de eerste buizen die ik in m'n handen kreeg. Ik heb toen alles zorgvuldig gesloopt en
de onderdelen zijn uitgebreid gebruikt voor mijn eerste experimenten met buizen. Misschien komt één van
de eindbuizen nog wel uit deze versterker...
Ik ben voornemens om de EL84's een keer te vervangen door de M-uitvoering van Sovtek.
De transistor-stroombronnen zijn, samen met wat [ont]koppel condensators, op een klein printplaatje gemonteerd. Dat is niet meer dan een strookje experimenteer-printplaat. Het zit tussen de buisvoeten geschoven en wordt op z'n plaats gehouden door de verbindingen met de contacten van de buisvoeten. De meeste verbindingen zijn hiermee gelegd.
Vanuit de ingangsbussen wordt het signaal met afgeschermde kabel naar de volumepotmeter geleid. Vandaar gaat het naar de stuurroosters van de triodes. Door aan de ingang een potmeter te plaatsen ontstaat er potentieel een ruis-probleem. Kijk hier voor een uitleg hiervan. De bandbreedte is ook afhankelijk van de weerstand van de potmeter. Bij laagohmige aansturing is in de middenstand (wat betreft de weerstand, niet qua stand want het is natuurlijk een logaritmisch exemplaar) de bandbreedte het laagst. Dat komt omdat in die stand de weerstand parallel aan de ingangscapaciteit het hoogst is (waardoor hij in die stand ook de meeste ruis introduceert). De ingangscapaciteit van de triodes is op zich niet zo hoog, maar wordt versterkt door het Miller-effect. Al met al blijft de bandbreedte echter ruim voldoende.
Vanuit de trafo wordt de hoogspanning gelijkgericht met standaard diodes (1N4007). Via een weerstand wordt de spanning
naar de eerste capaciteit geleid. Dat is de eerste trap van een RC-filter. De behuizing van de condensator bevat namelijk 4
capaciteiten die met de min aan elkaar zitten. De plussen worden met weerstanden aan elkaar gekoppeld zodat een RC-filter ontstaat.
Vanuit dit filter worden de verschillende delen van de schakeling gevoed. Vanaf de gelijkrichting wordt de voeding gesplits
in links en rechts om overspraak via de voeding te vermijden. De weerstanden in het RC-filter moeten tegen een stootje kunnen. Ik heb
er wel eens een zwaarder exemplaar in moeten zetten dan degene die uiteindelijk doorgebrand was...
De ontkoppel-FKP's zijn nogal fors. Die hebben een eigen plekje gevonden in het kastje.
De gloeispanning wordt niet gelijkgericht. Vanuit de trafowikkeling gaan getwiste draden naar elke buis. Met twee weerstanden wordt
elke pool aan de min van de HT-voeding gekoppeld. De gloei-voeding wijkt dus af van hetgeen in het schema getekend staat!
In de praktijk blijkt er geen enkele brom waarneembaar. Dat betekent dat de voeding voldoende afgevlakt is op de juiste punten en dat
de wisselgloeistroom ook prima voldoet.
De aluminium bodemplaat wordt met een draadje verbonden met de nul van de schakeling, dichtbij de ingang. Zonder deze maatregel was er brom te horen wanneer je met je hand in de buurt van de volumeknop kwam. Dat is op deze manier afdoende verholpen.
De uitgangs-condensators zijn vrij fors: een elco en een FKP. Met enig puzzelen werd ook daar een plekje voor gevonden. Een stel stevige draden geven het signaal door aan de uigangsbus.
Nadat de PUR-lijm was uitgehard, is alles glad afgewerkt met schuurpapier en plamuur. Daarna volgde een grondverfje en
daaroverheen een restje bordeaux-rode afwerklak. Lekker dik. Alle randen en hoeken zijn afgerond, dan maakt het verven
wat makkelijker. Scherpe hoeken zijn namelijk moeilijk dekkend te krijgen. De dikke laklaag geeft het geheel een
massief uiterlijk. Alleen dankzij wat plamuurfoutjes kun je nog de laagjes van het multiplex ontdekken.
De trafo is voor montage helemaal zwart geverfd. Met een restje schoolbordverf dat een tamelijk dof resultaat geeft. Eigenlijk zou
er een mooie kap op de trafo moeten zitten, maar daar moet ik nog een keer tegen aan lopen.
WvP, 29 juli 2006 - bijgewerkt 13 sept 2010