bosse.JPG - 45778 Bytes


  • juffrouwen, advocaten en burgermeesters


  • collegium musicum


  • instrumenten




  • 't uitnement kabinet



  • Dat de gegoede burgerij in de Gouden Eeuw in Nederland de grootste bevorderaars van het culturele leven was, staat buiten kijf. Wat de viola da gamba betreft zijn daar ook rijkelijk bewijzen voor te vinden. Behalve dat de welgestelden zich met instrumenten poserend lieten afbeelden, vinden we de weldoeners met naam en toenaam vooral in de voorwoorden van muziekdrukken. Zowel de uitgever Paulus Matthijsz als Johan Schenck roemen de vaardigheden van hun dame op de 'fiool de gamba'.

    tukvw.JPG - 51751 Bytes

    Aan d'E Konst-rykke/Jffr. ADRIANA vanden BERGH/


    Myn Druk-pers altyd belust om de konstlievende te vermaken, heeft voor dezen de vrymoedigheyd durven nemen om Uw E. het speel-boek, der Gouden-Fluit-Hemel op te offeren, en dat met de glans van Uw E. naam haar konst te verheerlyken; en bevond dat zy d'eere heeft genooten, niet alleen van Uw E. geest te verheugen, maar ook andere door Uw E. geestigheit zoo zoet te onderhouden, dat die fraeye Speel-stukken haar volmaaktheid scheenen Uw E. Fluit, daar al de wereld met verwonderingh lof van spreekt; En gelyk Uw E. de natuure te baat heeft, en d'aartigheid van handelingh Uw E. kloek vernuft niet ontvalt, zoo hoort men nu als op-getogen, de zoete snaaren van Uw E. Fiool de Gamba door haar zuiver geluid de keurighe ooren der Speel-meesteren vernoegen, die van Uw E. (als een der Zangh en Speel- Godinnen, vanden Bergh Parnassus) hun beste stukken wenschen te laten goet keuren, en daar in zich achten , dat zy Uw E. behaagen moghen. Derhalven zal het Uw E. gelieven niet ongerymt te vinden, dat ik op 't oordeel van zoo veele Konstlievende vertrouwende, wederom koom openen dien vernieuwden Hemel, vervult met klancken uit het Hooge-koor der vermaarde Meesters, die naar den aart der edele zielen, alleen gunst zoeken by zulk een uit-geleerde Meesteresse, aan wien ik ten hooghsten verplicht ben te blyven

    Uw E. Dienstwillghste Dienaar Paulus Matthysz




    Carolus Hacquart had zijn advocaten om hem in staat te stellen zijn gambasuites in eigen beheer te publiceren.

    De Amsterdamse burgermeester en mecenas van internationale allure Nicolaas Witsen trad op als beschermheer voor Johan Schenck bij het publiceren van zijn Tyd en Konstoeffeningen



    De betere standen organiseerden zich ook vaak in een collegium musicum waar voorzien werd in muziek, een leraar en ook instrumenten.
    In 1665 komt het Utrechtse college in bezit van een consort van zeven gamba's door de gulheid van Johan van Reede, heer van Renswoude.


    instrumenten

    In het boek 400 years of violin making in the Netherlands geeft Johan
    Giskes en volledige inventaris van een vioolbouwer uit Amsterdam die opvallend veel diskant gamba's had liggen.

    5 Augustus 1670
    Inventaris van Grietje Boumeester, weduwe van de vioolbouwer Gerrit Menslagen


    “Op de opkamer:-Drie Basfiolen de gamba: twee daervan gesnaert ende een ongesnaert;-Vier oude superios fiool de gamba;- Twee tenors fiool de gamba, waervan een beschadigt;(….)
    In ‘t voorhuijs:- Tien superioos fiool de gamba;- Drie oude tenors fiool de gamba;- Twee oude fiolen de gamba;(….)
    In de voorkelder;twee stucks letterhout: een tot fioolstocken ende een tot stocken van fiolen de gamba;Twee rollen Roomsche snaren totbassen, t’samen van elff langten.”









    Zoals uit bovenstaand
    voorwoord blijkt werd de amateur buitengewoon serieus genomen. er viel blijkbaar ook goed aan te verdienen.
    't Uitnement Kabinet deel I

    De viola da gamba wordt in 't uitnement kabinet herhaaldelijk expliciet vermeld en fiool de gamba genoemd.
    De meeste muziek uit deze bloemlezing van de muziekuitgever Paulus Matthijsz was goed te doen voor lichtvoetige amateurs. Opvallend is de hoeveelheid Italiaanse muziek van componisten als Tarquinio Merula,Uccellini en Legrenzi die onder amateurs circuleerde.

    tukduo.JPG - 54721 Bytes





    Johan Giskes (ed.u.A.), In het boek 400 years of violin making in the Netherlands, Walburg pers, Zutphen 1999, p.82-89