|
2 Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen (Ps 68,7), één van ziel en één van hart (Hnd 4,32) op weg naar God. Want is dat juist niet de reden waarom u samen bent gaan leven? 3 Bij u mag er geen sprake zijn van persoonlijk eigendom. Zorg er integendeel voor dat alles onder u gemeenschappelijk is. Uw overste moet ieder van voedsel en kleding voorzien. Niet dat hij iedereen evenveel moet geven, want u bent niet allen even sterk, maar aan elke persoon moet gegeven worden wat hij persoonlijk nodig heeft. Zo leest u immers in de Handelingen van de Apostelen: Zij bezaten alles- gemeenschappelijk en ieder kreeg wat hij nodig had (Hnd 4,32 en 35). |