December 4, 1999

‘Is There Anybody Out There? The Wall live, Pink Floyd 1980-1981’

“Ik ben de Wagner van de Rock”

Roger Waters blij met jubileumuitgave van zijn meesterwerk.

'Het zal nooit zijn hobby worden, maar áls hij interviews geeft, dan doet hij het in stijl. Wanneer ik de ‘Chambre Citronnier’ van het Hotel de Crillon in Parijs betreed ligt Roger Waters languit op de sofa naar een rugbywedstrijd op de ‘high definition’ tv te kijken. Hij heeft het Franse commentaar niet nodig om te zien dat Engeland door Zuid-Afrika wordt afgedroogd. Dat doet pijn, al brengt waters de meeste tijd door als belastingvluchteling in Los Angeles.

"Daar is in de jaren zeventig een Engelse gemeenschap in ballingschap ontstaan die zich Engelser gedraagt dan ieder lid afzonderlijk zou hebben gedaan toen hij of zij nog in Surrey of Essex woonde", zegt Waters, na onze begroeting, terwijl hij koffie en cognac inschenkt en een Romeo Y Julieta Churchill presenteert uit een mahoniehouten 'humidor' (Thierry, de 'intermédaire' van zijn Franse platenmaatschappij, heeft ons op Rogers' verzoek meteen alleen gelaten, maak je niet alle dagen mèe met een ster van deze 'magnitude'). "Er is in de heuvels van Hollywood een levendige handel in videobanden van Last Night of the Proms, The Antique Road Show en de Cup Final ontstaan. Daar wens ik niet aan, mee te doen. Ik wil niet gekker worden dan de rock & roll me toch al heeft gemaakt. Maar ik houd er wel van om in het buitenland in een Britse sfeer te verblijven."

"Dat is dan gelukt, wat heet. De Citronnierkamer zou gemakkelijk als bibliotheek kunnen dienen in zo'n BBC-kostuumdrama, naar Jane Austen of een van de zusjes Brontë, waar Michael Gambon zich in terugtrekt met port en sigaar, om de staat van het Imperium te bespreken met andere middelbare mannen met een vest over hun 'embonpoint'. Terwijl Claire Bloom babbelend met de dames haar uiterlijk op orde brengt in de ladies room'."

December 1999 markeert het twintigste levensjaar van 'The Wall', het laatste meesterwerk dat Roger Waters maakte met Pink Floyd, de band die hij toen al als de zijne beschouwde. David Gilmour, de enige andere kandidaat voor het leiderschap, dacht daar anders over en vond in de ontstane successieoorlog de overige leden, Rick Wright en Nick Mason, aan zijn zijde. Pink Floyd was niet het speeltje van Roger Waters maar groter dan de som der delen.

Daar heeft Gilmour gelijk in gekregen, moet zelfs Roger Waters tegenwoordig toegeven. “Ik dacht dat het publiek mijn rol in Pink Floyd moeiteloos zou (h)erkennen, maar dat is niet het geval gebleken. Ik ben gereduceerd tot een artiest die ook in Pink Floyd heeft gespeeld. Het heeft me jaren gekost om daar vrede mee te krijgen, maar het is me gelukt. Daarom heb ik er nu geen moeite mee. 'Is There Anybody Out There?' (ondertitel 'The Wall Live, Pink Floyd 1980-1981- JG) te promoten.

Het is maar een week of twee van mijn leven, niet veel, om vrij te maken voor mijn levenswerk."

Mislukt

'The Wall` is live maar een paar maal door Pink Floyd uitgevoerd. In Los Angeles, New York, Dortmund en Londen, gedurende 1980 en 1981, en één keer in 1990, op de Potsdamer Platz aan de Berlijnse Muur, met een rond Roger Waters verzamelde sterbezetting, ten overstaan van een publiek van een half miljoen mensen en een veelvoud daarvan aan televisiekijkers over de hele wereld. 'Is There Anybody Out There? The Wall Live, Pink Floyd 1980-1981' is de weerslag van een experiment met mobiele 48-sporen opnameapparatuur.

Een experiment dat de leden van Pink Floyd, voor één keer unaniem, destijds als interessant, maar grotendeels mislukt beschouwden, een mening die ze, bijna twintig jaar later, al even unaniem, hebben moeten herzien.Waters: “wie maalt er om perfectie als geschiedenis wordt geschreven?”

De duurzaamheid van the Wall, is ook voor de betrokkenen een constante bron van verbazing. Ik had nooit gedacht dat ik er twintig jaar later nog over zou praten, laat staan in het openbaar. Het voelt als een herhalingsoefening voor een dienstplichtige: je bent volwassen geworden, in ieder geval te oud voor die flauwekul. Je hebt wel wat beters te doen, maar het is leuk om de maten weer eens te zien. En dan bedoel ik natuurlijk de fictieve hoofdpersonen van 'The Wall', niet sommige ex collega's."

"En het gaat maar door. Op het ogenblik werk ik aan een toneelversie. Na het studio-album, de live shows en de film van 'The Wall' bleef ik met het onaangename gevoel zitten dat er nog dingen aan ontbraken. Het belangrijkste? Humor. Daar is Pink Floyd in de loop van haar bestaan toch al niet overdreven vaak van beschuldigd, maar ‘The Wall' is wel het toppunt van ernst. Dat viel me in 1990 aan de Berlijnse Muur pas goed op, helaas nadat ik me twee 'weken lang van mijn meest humorloze kant had laten zien. Met het einde ben ik ook nooit tevreden geweest. Je kan het 'open' noemen, maar de openheid van de een is de vaagheid van de ander."

‘Ja, ik had Bèrtolt Brecht en Kurt Weill voor ogen toen ik 'The Wall' schreef , zonder hun werk nou zo goed te kennen. De rechtszaak uit 'The Wall’ is natuurlijk rechtstreeks ontleend aan die in 'Aufstieg Und Fall Der Stadt Mahagonny', en dan druk ik me nog netjes uit. Brecht, meer dan Weill, die zichzelf, zeker in zijn Amerikaanse tijd, zag als een pure professional, 'a man for all seasons', streefde met zijn werk naar maatschappelijke veranderingen. Zover wil - kan! - ik niet gaan, maar ik vind het leuk als mijn muziek een praktisch doel dient. Ik zie op tv geregeld grote sportprestaties verrichten op muziek van Pink Floyd. Die schijnt ideaal te zijn voor een bepaald soort documentaire. Ik ben de Wagner van de rock & roll gebleken. Storm op til? 'Dark Side Of The Moon' onder de idyllische beelden. Dan weet iedereen: dit loopt niet goed af."

"Het staat me wel aan dat 'The Wall' veel op scholen wordt gebruikt, niet alleen om kerstmusicals van te maken, waar ouders tot tranen toe geroerd kunnen raken van hun talentloze kinderen, maar ook op muziekles. Ik krijg nog wekelijks minstens vijftig brieven, uit de hele wereld, of ik in een of andere functie mee wil werken aan een schooluitvoering. Ik heb er nooit tijd voor - onwillekeurig denk ik dat een amateuruitvoering meer voeten in de aarde zal hebben dan mijn eigen ensceneringen in het verleden, hoewel dat zo goed als onmogelijk is - maar ik schrijf altijd terug. Niet aan beginnen, haha. Maar serieus, ik voel me vereerd door elk beetje aandacht voor 'The Wall'. Die went nooit. Geen mens kan er genoeg van krijgen.

“Iedereen schijnt te denken dat het succes van 'The Wall' voor de poorten van de hel is weggesleept. Dat komt door het openingsverhaal uit Frederic Dannen's 'Hitmen', over maffia-invloed en corruptie in het algemeen, in de muziekindustrie. Daarin worden de machinaties achter de sabotage van 'Another Brick In The Wall' als hitsingle uit de doeken gedaan. Menige interviewer kan er twintig jaar later er nog" zielsverontwaardigd over doen, maar 'Another Brick In The Wall' is een van de grootste hits uit de popgeschiedenis, dus hoe fataal kan die sabotage nou helemaal zijn geweest?'

"Een officiële boycot in Zuid-Afrika werd in Pink Floyd-kringen veel beangstigender gevonden, herinner ik me nog. Maar ook daar geldt: 'Another Brick In The Wall' is een grotere hit geworden dan de meeste No. 1's. Ik geloof dat hij in Zuid-Afrika zeven op de lijst van grootste aller tijden staat, achter 'Light Up My Live’ van Debby Boone, I Do It For You' van Bryan Adams, Celine Dion's Titanic-song en een paar Beatleliedjes."

“Ja, de kreet: 'Hey, teacher, leave the kids alone' is veel pedagogen in het verkeerde keelgat geschoten. Hadden ze beter naar de tekst moeten luisteren. Hoe kunnen een stel kunstacademie-studenten die, muziek zijn gaan maken nou anti-onderwijs zijn? Als Pink Floyd ergens voor staat, dan voor de intellectualisering van de popmuziek. Overigens was dat in 1965 nog een aanbeveling, als je de Britse media uit die tijd, die ons, toen we wereldsucces kregen, vrijwel unaniem begonnen af te kraken, tenminste moet geloven."

Rebel

,Ja, zelf was ik op school een rebel. Met ‘cause'. De zaak was: gelukkig worden. Gelukkiger dan de generatie van mijn ouders in ieder geval. Zat er niet in, in het Engeland van na de oorlog. Het was: bek houden en doorwerken. Business as before. Alleen was in vijf jaar oorlog de wereld 'drastisch 'veranderd. Om te beginnen waren we geen wereldmacht meer. Integendeel, de wereldkaart die aan het begin van de lagere school nog vol Britse vlaggetjes stond, was aan het eind al behoorlijk van kleur verschoten."

"Op de middelbare school kon je de landen van het Gemenebest al in een half uurtje luit je hoofd leren. En je wist pas waar ze lagen toen de eerste immigranten ze op de kaart konden aanwijzen. Ik herinner me de vraag voor een proefwerk: was ons overzeese gebiedsdeel ,Anguilla nou Aziatisch, Afrikaans of Amerikaans? En de verontwaardiging, bij mij en mijn medeleerlingen: hoezo, moeten we er soms de krant rondbrengen? Maar het best herinner ik me de sfeer: If 'van Lindsay Anderson, avant la lettre. Pas toen Malcolm McDowell, de hoofdrolspeler van If', 'A Clockwork Orange' had gedaan besefte iedereen hoe drastisch ook Groot Brittannië in de jaren zestig was veranderd."

‘Maar niet elke verandering is verbetering. Competitieve teamsporten zijn geofferd op het altaar van gelijkheid. Ik hoor dat Nederlanders er ook een handje van hebben, maar in Engeland is het volstrekt normaal geworden om mensen met groot talent zoveel mogelijk te 'handicappen'. Opdat het gewone volk sportief, intellectueel en artistiek niet te ver achter raakt. Het is de omgekeerde wereld van het 'old boys network', van 0xford- en Cambridge 'blues', die elkaar hun leven lang aan overheidsbaantjes helpen, maar niet beter.

‘Mijn moeder waakte er zorgvuldig voor om mij met meer handicaps op te zadelen dan haar generatie toch al had gedaan. Achteraf, bezien natuurlijk vooral in het licht van mijn vaders dood, in de Slag om Anzio, maanden vóór mijn geboorte. Haar houding tegenover het onderwijs dat ik later in 'The Wall' zou hekelen was: verdraag het nou maar, het is de enige weg naar een interessant leven. Ze vond het dan ook best toen ik mijn studie opgaf om muzikant te worden. Ze hoopte alleen dat ik niet zou eindigen als bassist in een cocktailjazztriootje in de Playboy Club in Brighton. Je kent dat wel, op de automatische piloot dwars door 'Lullaby Of Birdland' en 'I Cant Give You Anything But Love' heen. Nee, ma is niet bijzonder dol op Pink Floyd. Dan zet ze liever , echte' klassieke muziek op, zegt ze altijd, meer dan een beetje malicieus. Maar ach, ik houd van haar en helemaal oneens kan ik het niet met haar zijn."

"Nee, dat ik heb ingestemd met een rol in de promotie van 'Is There Anybody Out There?' betekent niet dat ik communiceer met David, Rick en Nick, anders dan via advocaten, accountants en 'zaakwaarnemers'.Maar ik merk dat het scherpste ook van hun kant van het conflict af is. Nog maar een paar jaar geleden had David alles dat ik had gedaan aan de bewerking van de Londense opnamen veranderd en er een oorlog, zonder zicht op zelfs maar een wapenstilstand, voor over gehad om zijn zin door te drijven, of, als dat niet kon, mij niet de mijne te laten krijgen. Nu liet hij memo's op het mengpaneel achter met 'Goed werk" in zijn eigen handschrift."

"Een eenmalige live reünie? God, wat kan ik popjournalisten haten. Maar je wilt natuurlijk toch een antwoord, al slaat het nergens op? Goed dan: één ding tegelijk."

Dagblad “de Telegraaf” d.d. 4 december 1999.

door: Jip Golsteijn