|
|
Biografie
Uit de Britse psychedelica-scene van de jaren zestig omhoog gekomen groep die met The Dark Side Of The Moon (Harvest '73), een van de best verkochte albums uit de popgeschiedenis, definitief toetreedt tot de rijen der mega-acts. De band vindt haar oorsprong in de vroege jaren zestig, als bassist Roger Waters (6-9-44), toetsenist Richard Wright en drummer Nick Mason elkaar ontmoeten op de Londense Polytechnic, waar ze architectuur studeren. Muziek is een gemeenschappelijke hobby en met Clive Metcalf, Keith Noble en Juliette Gale (later Wrights eega) vormen ze een popgroep, die achtereenvolgens Sigma 6, The T-Set en The Screaming Abdabs heet.

De formatie hergroepeert zich in '64 zonder Metcalf, Noble en Gale, maar met de gitaristen Bob Close en Roger 'Syd' Barrett (6-1-46). Ze spelen hoofdzakelijk r&b-nummers, waarbij Bo Diddley de belangrijkste inspiratiebron lijkt te zijn. Muzikale meningsverschillen tussen Close en Barrett doen de eerste de groep verlaten. De eigenzinnige persoonlijkheid van Barrett verandert het geluid en het gezicht van de groep en zelfs de naam. Het wordt The Pink Floyd Sound en later The Pink Floyd, naar de voornamen van de twee Amerikaanse bluesmuzikanten Pink Anderson en Floyd Council. Wanneer vanuit de Verenigde Staten de eerste acidrock-geluiden tot Engeland doordringen, is het met name Barrett die de 'vibes' onmiddellijk oppikt, met drugs gaat experimenteren en zowel zijn composities als zijn gitaarspel daaraan aanpast.
Zo wordt de Floyd al spoedig de eerste Engelse psychedelische rockband. Een voor die tijd opmerkelijke lichtshow maakt elk van haar concerten tot een visueel spektakel. Ze treedt op in legendarische undergroundclubs als UFO en Middle Earth, waar ze ontdekt wordt door twee Amerikaanse talentenjagers, John Hopkins en Peter Jenner, die de groep aan een platencontract met EMI helpen.
De eerste single, Arnold Layne, een song over een travestiet, wordt door de offici‘le radiostations geboycot, maar verkoopt desondanks uitstekend. Het is dan '67 en de groep gaat de studio in voor The Piper At The Gates Of Dawn (Columbia '67), een zeer sterk door het talent van Barrett bepaald album, die de faam van Pink Floyd (inmiddels zonder 'The') als undergroundgroep flink doet toenemen. Men treedt dan erg veel op in binnen- en buitenland, waarbij festivals en zogeheten 'love-ins' aan de orde van de dag zijn. Barretts drugsobsessie begint dan echter steeds meer negatieve effecten op de groep uit te oefenen.

De zanger/gitarist komt vaak te laat, soms helemaal niet, en meestal is hij zodanig in de war dat de drie anderen de grootste moeite hebben het geheel in goede banen te leiden. Om dit soort problemen beter het hoofd te kunnen bieden, wordt een extra gitarist aangetrokken in de persoon van David Gilmour, een kennis van Barrett. De groep speelt dan een paar maanden als vijfmansformatie tot in april '68 het besluit valt dat Syd niet meer te handhaven is en vanaf dat moment is Pink Floyd weer een kwartet. Op A Saucerful Of Secrets (Columbia '68) is Barrett nog in een nummer aanwezig, maar daarna verdwijnt hij definitief van het toneel.
Toch blijft zijn geest jarenlang de muziek van de Floyd beheersen. Zo is Wish You Were Here (Harvest '75) een duidelijk op de figuur van Barrett geinspireerde plaat. Tijdens de opname daarvan komt vreemd genoeg plotseling Barrett zelf even in de studio aanwippen, waar niemand hem in eerste instantie herkent. Het blijft bij dit ene bezoek, want Barretts geestestoestand is dermate labiel dat hij, inwonend bij zijn moeder, onder voortdurende medische observatie staat. Hij keert na een aantal fascinerende soloplaten de muziek definitief de rug toe en vult zijn dagen met het kweken van cactussen, schilderen en tv-kijken.
Dat hij echter niet vergeten is moge eens te meer blijken uit Beyond The Wildwood (Imaginary '88), waarop eigentijdse independent-bands bij wijze van eerbetoon covers van Barrett-songs uitvoeren. Crazy Diamond: The Complete Recordings (Harvest '93) bestaat uit The Madcap Laughs (Harvest '70), Barrett (Harvest '70) en Syd Barrett (Harvest '74), plus bonustracks en boekje. Na A Saucerful Of Secrets (Columbia '68) wordt Roger Waters langzaam de dominerende creatieve kracht binnen de groep. Psychedelische rock blijft het idioom, waarbinnen geleidelijk de populariteit wordt uitgebouwd. More (Columbia '69) is een filmsoundtrack, Ummagumma (Harvest '69) een dubbelelpee, die voor de helft live is. Atom Heart Mother (Harvest '70) is een zwaar georkestreerd conceptalbum, dat in vele landen de top van de hitlijsten bereikt. In '70 is Pink Floyd reeds een ware supergroep, goed voor een miljoenenoplage.
In de jaren daarop volgend is de groep bijzonder actief. Veel optredens, waarbij de omvang van de licht- en geluidsinstallatie voor rockbegrippen onvoorstelbare proporties bereikt. Obscured By Clouds (Harvest '72) is opnieuw een filmsoundtrack, die evenals Meddle (Harvest '71) erg goed verkocht wordt. Maar nog altijd staat de groep niet op haar hoogtepunt. Ruim een jaar wordt er gewerkt aan een nieuw conceptalbum, waarop allerlei elementen uit het leven van een popgroep zijn aaneengesmeed: commercie, tijdsverloop, krankzinnigheid, en waarop ook de geest van Syd Barrett merkbaar is: The Dark Side Of The Moon (Harvest '73).
Het wordt het meest succesvolle Floyd-album uit de historie van de groep en zoals eerder gezegd een der best verkochte rockalbums aller tijden. Enkele kleine onderbrekingen afgezonderd, staat de plaat in totaal ruim veertien jaar (741 weken) in de Amerikaanse albumcharts. Twee decennia na de release verschijnt in '93 zelfs een speciale, digitaal geremasterde jubileum-uitgave van deze absolute klassieker. De groep wekt in de jaren na The Dark Side Of The Moon (Harvest '73) de indruk wat op haar lauweren te zijn gaan rusten. Ze neemt telkens ruimschoots de tijd voor het maken van een plaat en treedt slechts hoogst zelden op.
Pas in '77 wordt weer een omvangrijke tournee op stapel gezet. Animals (Harvest '77) is dan juist uit: een plaat waaruit een niet al te hooggestemde visie op het mensdom spreekt. De geldingsdrang is minder geworden, het creatief vermogen ook. Het vuur raakt er een beetje uit. Individueel zijn de groepsleden al geruime tijd met soloprojecten in de weer. Achtereenvolgens verschijnen er albums van Gilmour, Wright en Mason. Roger Waters kan het meeste van zijn creativiteit in de groep kwijt. Hij is verantwoordelijk voor het leeuwedeel van The Wall (Harvest '79, een zware, pretentieuze dubbelelpee, die de verkooprecords van The Dark Side Of The Moon (Harvest '73) naar de kroon steekt.
De single Another Brick In The Wall wordt overal in de wereld een hit en in Zuid-Afrika als 'subversief' door de regering verboden. In '80 en '81 trekt de groep met haar spectaculaire Wall-show door de wereld. Vervolgens verschijnt er ook nog eens een gelijknamige speelfilm in de bioscoop, naar een scenario van Roger Waters en onder regie van Alan Parker, met in de hoofdrol Bob Geldof . The Final Cut (Harvest '83), waarop Michael Kamen de plaats van oudgediende Wright heeft ingenomen, ligt in het verlengde van The Wall (Harvest '79; het is het vervolg van Roger Waters' weinig opwekkende autobiografie en opgedragen aan zijn in de Tweede Wereldoorlog omgekomen vader, en welbeschouwd gewoon een solo-album van Waters.
Maar pas als The Pros And Cons Of Hitch Hiking (Harvest '84) onder diens eigen naam uitkomt, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat The Final Cut (Harvest '83) inderdaad de 'final cut' van de groep is geweest. Waters vervolgt met o.a. de tekenfilmsoundtrack When The Wind Blows (Virgin '86), terwijl Gilmour zich richt op sessiewerk voor o.a. Bryan Ferry, Supertramp, Joan Armatrading en Pete Townshend, en Wright een partnership vormt met Dave 'Dee' Harris (ex-Fashion) onder de naam Zee. Totdat in het najaar van '86 bekend wordt dat Gilmour, Wright en Mason weer onder de naam Pink Floyd zullen gaan optreden.
Waters is zo verbolgen over dit feit dat hij een proces aanspant, maar hij kan niet verhinderen dat Gilmour, Wright en Mason met behulp van een groot aantal sessiemuzikanten A Momentary Lapse Of Reason (Harvest '87) opnemen. De groep heet Pink Floyd en klinkt ook als Pink Floyd maar mist vooral de diepgang van vorig werk en de venijnige zang van Waters. De gigantische, drie uur durende show die ter promotie van A Momentary Lapse Of Reason (Harvest '87) wordt opgezet, laat
evenwel een van de meest indrukwekkende live-spektakels aller tijden zien. Als klap op de vuurpijl volgt zomer '89 een over de hele wereld uitgezonden concert in Veneti‘.
De registratie van deze concertreeks wordt vastgelegd op Delicate Sound Of Thunder (Emi '88). Nadat de Berlijnse muur voor de ogen van de wereld tegen de vlakte gaat, acht Waters de tijd rijp voor een hernieuwde uitvoering van The Wall (Harvest '79. In Berlijn verrijst op een voormalig stuk niemandsland de gigantische piepschuimen muur als onderdeel van een show die in juli '90 per satelliet live de hele wereld rondgaat. Alle publiciteit, de honderdduizenden toeschouwers en de vele artiesten (o.a. Van Morrison, SinŽad O'Connor, Joni Mitchell, Marianne Faithfull, Snowy White, etc.) ten spijt, wordt The Wall in Berlijn in artistiek en financieel opzicht een pijnlijke afgang voor Waters.
Verder blijkt het onmogelijk om op deze grote schaal het verhaal van The Wall duidelijk en logisch over te brengen. The Wall - Live In Berlin (Mercury '90) is de kunstmatig opgekrikte live-registratie van deze unieke flop. Waters revancheert zich sterk met Amused To Death (Columbia '92). De sound is nogal voorspelbaar en doet vanwege het Gilmour-achtige gitaarwerk sterk aan Pink Floyd denken, maar het concept is (tekstueel) verrassend diep uitgewerkt en de muzikale prestaties van o.a. Jeff Beck, Andy Fairweather-Low, Patrick Leonard en Jeff Porcaro zijn om van te smullen.
In '93 start Gilmour in zijn woonboot, annex studio, op het water van de Thames met de opnames van The Division Bell (Emi '94) dat een jaar later weer moeiteloos en in recordtijd de platina-status haalt. De angel lijkt echter voorgoed uit de gezapige symforock te zijn verdwenen. En alsof dat nog niet genoeg is, trek het circus opnieuw met veel visueel spektakel en bombarie in de media van stadion naar stadion, om uiteindelijk af te sluiten met de geijkte live-dubbel-CD. De enige opvallende verschillen op P.U.L.S.E. (Emi '95) in vergelijking met Delicate Sound Of Thunder (Emi '88) zijn een rood knipperend lampje op de zijkant van de luxe verpakking, de integrale uitvoering van The Dark Side Of The Moon (Harvest '73) en de niet onaardige keuze voor het het aloude Astronomy DominŽ.
Heel wat waardevoller is Shine On, een 7CD-box die de periode '68 tot '87 bestrijkt, inclusief een compilatie van zeldzame singles, plus een 112 pagina's tellend boekje. Op A Saucerful Of Pink (Cherry Red '95) wordt de Floyd middels covers eer bewezen door avant-gardistische en psychedelische undergroundacts als Alien Sex Fiend, Helios Creed, Psychic TV en Nik Turner, terwijl contemporaine symfogroepen als Cairo, Magellan en Shadow Gallery op The Moon Revisited (Magna Carta '95) een noot voor noot nagespeelde kopie van The Dark Side Of The Moon (Harvest '73) afdraaien.
(Bron: OOR's Eerste Nederlandse Pop-Encyclopedie)
|