Redacteur: laatste wijziging 5 juli 1996.
Kieswet
Inhoud
- Hoofdstuk A De Kiesraad
- Hoofdstuk C De zittingsduur van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
- Hoofdstuk E Kieskringen en stembureaus
- Hoofdstuk F Het tijdstip van de kandidaatstelling
- Hoofdstuk G De registratie van de aanduiding van een politieke groepering
- Hoofdstuk H De inlevering van de kandidatenlijsten
- Hoofdstuk I §1 Het onderzoek van de kandidatenlijsten
- Hoofdstuk I §2 De verbinding van de kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie
- Hoofdstuk I §3 De nummering van de kandidatenlijsten
- Hoofdstuk J De stemming
- Hoofdstuk O De taak van het hoofdstembureau betreffende de vaststelling van de verkiezingsuitslag
- Hoofdstuk P §2 De zetelverdeling
- Hoofdstuk P §3 De toewijzing van de zetels aan de kandidaten
- Hoofdstuk W De plaatsvervanging
- Hoofdstuk X Het einde van het lidmaatschap
- Hoofdstuk Y De verkiezing van het Europese Parlement
- Hoofdstuk Z Strafbepalingen
- Tabel van kieskringen
Kiesbesluit
Provinciewet
Gemeentewet
De Kiesraad
Artikel A 1. Er is een Kiesraad, gevestigd te 's-Gravenhage.
Artikel C 1 lid 1. De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.
— 2. Zij treden tegelijk af met ingang van de dinsdag in de periode van 15 tot en met 21 maart of, in een schrikkeljaar, met ingang van de dinsdag in de periode van 14 tot en met 20 maart.
Artikel C 2 lid 1. De leden van de Tweede Kamer, gekozen na ontbinding van de kamer, treden tegelijk af met ingang van de eerstvolgende dinsdag in de in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat vier jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.
— 2. Indien deze vier jaren eindigen in een periode, aanvangend met het in artikel C 1, tweede lid, bedoelde tijdstip en eindigend met de dinsdag in de periode van 17 tot en met 23 mei, treden zij af met ingang van de eerstvolgende dinsdag in de in dat lid bedoelde periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau.
Artikel C 3 lid 1. Indien het in artikel C 1, tweede lid, of in artikel C 2 bepaalde tijdstip valt in een jaar waarin de verkiezingen van de leden van provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad worden gehouden, treden de leden van de Tweede Kamer tegelijk af met ingang van de dinsdag in de periode van 17 tot en met 23 mei.
Artikel C 4 lid 1. De leden van provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad worden gekozen voor vier jaren.
— 2. Zij treden tegelijk af met ingang van de dinsdag in de periode van 12 tot en met 18 april.
Artikel E 1 lid 1. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt Nederland verdeeld in kieskringen, overeenkomstig de bij deze wet gevoegde tabel.
— 2. De kieskringen voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer vormen tevens de kieskringen voor de verkiezing van de leden van de provinciale staten. Provinciale staten kunnen voor de verkiezing van de leden van de provinciale staten deze kieskringen in meer kieskringen verdelen.
— 3. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad vormt elke gemeente één kieskring.
Artikel E 5 lid 1. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt voor elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld. Het is gevestigd in de gemeente, daartoe aangewezen in de tabel, genoemd in artikel E 1, eerste lid.
Artikel E 6 lid 1. Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten wordt voor elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld.
Artikel E 7 lid 1. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad wordt een hoofdstembureau ingesteld.
Artikel E 11 lid 1. Er is voor de verkiezing van elk vertegenwoordigend orgaan een centraal stembureau.
— 2. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer treedt de Kiesraad als centraal stembureau op.
— 3. Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten treedt het hoofdstembureau van de kieskring waarin de gemeente is gelegen waar de vergadering van de staten wordt gehouden, tevens als centraal stembureau op.
— 4. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad treedt het hoofdstembureau tevens als centraal stembureau op.
Artikel F 1 lid 1. De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede kamer, provinciale staten en de gemeenteraad vindt plaats op de dinsdag in de periode van 18 tot en met 24 januari.
— 2. In het geval, bedoeld in artikel C 3, eerste lid, vindt de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer plaats op de dinsdag in de periode van 22 tot en met 28 maart.
Artikel F 2. In geval van ontbinding van de Tweede Kamer vindt de kandidaatstelling plaats binnen veertig dagen na de dagtekening van het koninklijk besluit tot ontbinding, op een bij dat besluit te bepalen dag.
Artikel G 1 lid 1. Een politiek groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.
— 2. Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een waarborgsom van duizend gulden worden betaald aan het Rijk. Degene die de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.
— 3. Bij het verzoek worden overgelegd:
a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;
b. een bewijs van inschrijving in het register, bedoeld in artikel 29 eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;
d. een verklaring van de politieke groepering, houdende aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een andere is vervangen.
— 4. Het centraal stembureau beschikt afwijzend op het verzoek, indien:
b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering en daardoor verwarring te duchten is.
— 6. Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze aanduiding indienen bij het centraal stembureau. Het vierde lid is op het verzoek tot wijziging van overeenkomstige toepassing.
— 7. Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en doet hiervan mededeling in de Nederlandse Staatscourant, wanneer:
a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;
b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;
d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer geen gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3.
— 8. Op de veertiende dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, alsmede op de veertigste dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van provinciale staten of van de gemeenteraad, brengt het centraal stembureau de door hem geregistreerde aanduidingen van politieke groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is, alsmede de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers ter openbare kennis in de Nederlandse Staatscourant.
Artikel G 4 lid 1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid geldt een geregistreerde aanduiding die overeenkomstig het bepaalde in het achtste lid van artikel G 1 ter openbare kennis is gebracht, tevens voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en van de gemeenteraad.
— 2. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad, bepaalt, dat de in het eerste lid bedoelde doorwerking van de registratie voor die verkiezing niet plaatsvindt, indien de geregistreerde aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van artikel G 2, onderscheidenlijk artikel G 3, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, en daardoor verwarring te duchten is.
Artikel H 1 lid 1. Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd, van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd. Ten minste drie weken voor de kandidaatstelling brengt de burgemeester van elke gemeente dit ter openbare kennis.
— 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de kandidatenlijsten, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel H 3 lid 1. De inlevering van de lijst geschiedt persoonlijk door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing. Indien de inleveraar niet als kiezer is geregistreerd in de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, legt hij tevens over een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing. De voorzitter van het hoofdstembureau of het door deze aangewezen lid van dat bureau kan verlangen dat de inleveraar van zijn identiteit doet blijken. De kandidaten kunnen bij de inlevering aanwezig zijn.
— 2. Aan degene die de lijst inlevert, kan door de gemachtigde, bedoeld in het derde lid van artikel G 1, de bevoegdheid worden verleend boven de lijst de aanduiding van de desbetreffende groepering te plaatsen, zoals deze door het centraal stembureau is geregistreerd. Een verklaring van de gemachtigde waaruit deze bevoegdheid blijkt, worden bij de lijst overgelegd.
— 3. Degene die de lijst inlevert, is bevoegd daarboven een aanduiding te plaatsen, gevormd door samenvoeging van voor de desbetreffende verkiezing geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, indien hem daartoe de bevoegdheid is verleend door de gemachtigden van de onderscheidene groeperingen. Verklaringen van de gemachtigden waaruit deze bevoegdheid blijkt, worden bij de lijst overgelegd. Een aldus gevormde aanduiding mag niet meer dan 35 letters of andere tekens bevatten.
— 4. Degene die de lijst heeft ingeleverd, ontvangt van de voorzitter van het hoofdstembureau of van het door deze aangewezen lid van dat bureau een bewijs daarvan.
— 5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaringen met betrekking tot het plaatsen van aanduidingen van politieke groeperingen boven kandidatenlijsten, kosteloos, verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.
Artikel H 4 lid 1. Bij de lijst worden overgelegd ten minste tien schriftelijke verklaringen van kiezers dat zij de lijst ondersteunen. Op deze verklaringen worden de kandidaten op dezelfde wijze en in de zelfde volgorde vermeld als op de lijst.
— 2. Verklaringen van ondersteuning kunnen slechts worden afgelegd door personen die binnen de kieskring waarvoor die lijst geldt, als kiezer zijn geregistreerd voor de desbetreffende verkiezing.
— 3. De kiezer die een verklaring van ondersteuning wenst af te leggen, ondertekent binnen een termijn van zeven dagen voorafgaand aan of op de dag van de kandidaatstelling deze verklaring ter secretarie van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, in aanwezigheid van de burgemeester of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar. De kiezer geeft daarbij de burgemeester of de ambtenaar blijk van zijn identiteit.
— 4. De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar gaat onverwijld na of de ondertekenaar als kiezer in zijn gemeente is geregistreerd. Indien hem blijkt dat dit het geval is, tekent hij dit op de verklaring aan.
— 5. Een kiezer mag niet meer dan één verklaring van ondersteuning ondertekenen.
— 6. Een overgelegde verklaring van ondersteuning kan niet worden ingetrokken.
— 7. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaring en van ondersteuning, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
— 8. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.
Artikel H 5. Op de lijst kunnen een gemachtigde en desgewenst diens plaatsvervangers worden aangewezen, bevoegd tot het verbinden van de lijst met andere lijsten tot een lijstencombinatie. Voorts worden op de lijst een of meer personen vermeld die bij verhindering van de inleveraar bevoegd zijn tot het herstel van verzuimen, bedoeld in artikel I 2.
Artikel H 6 lid 1. De namen van de kandidaten worden op de lijsten geplaatst in de volgorde waarin aan hen de voorkeur wordt gegeven.
— 2. Op dezelfde lijst mogen de namen van ten hoogste dertig kandidaten worden geplaatst. Op dezelfde lijst van een politieke groepering wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende orgaan meer dan vijftien zetels zijn toegekend, mag een aantal namen worden geplaatst dat ten hoogste tweemaal het aantal zetels bedraagt, doch nimmer meer dan tachtig. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen.
Artikel H 7 lid 1. De naam van een kandidaat mag niet voorkomen op een lijst, indien de kandidaat tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor de verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat orgaan vereiste leeftijd zal bereiken.
— 2. De naam van eenzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één van de lijsten welke bij eenzelfde hoofdstembureau zijn ingeleverd.
— 3. Indien voor de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad op een lijst de naam voorkomt van een kandidaat die geen ingezetene is van de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, dient bij de lijst te worden overgelegd een door die kandidaat ondertekende verklaring, waaruit blijkt, dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente.
Artikel H 8. De wijze waarop de kandidaten op de lijst worden vermeld, wordt geregeld bij algemene maatregel van bestuur.
Artikel H 9 lid 1. Bij de lijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van iedere daarop voorkomende kandidaat dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op deze lijst.
— 2. Een overgelegde verklaring van instemming kan niet worden ingetrokken.
— 3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaringen van instemming, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
— 4. Indien de kandidaat zich buiten Nederland bevindt, is de verklaring niet aan enig formulier gebonden en kan zij ook telegrafisch of per telex geschieden.
Artikel H 10 lid 1. De kandidaat wiens woonplaats buiten Nederland is gelegen, wijst in de verklaring van instemming tevens een in Nederland wonende gemachtigde aan met vermelding van diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de kandidaat voorkomt op meer dan één lijst, moet in ieder verklaring dezelfde gemachtigde worden aangewezen. Deze gemachtigde is met uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de artikel V 2, eerste, vierde en vijfde lid, en V 3, eerste en derde lid.
— 2. De kandidaat is bevoegd de overeenkomstig het eerste lid gegeven volmacht in te trekken. Hij geeft hiervan schriftelijk, telegrafisch of per telex kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau, zo nodig met aanwijzing van een nieuwe gemachtigde.
Artikel H 11 lid 1. Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen, waarop dezelfde kandidaten in gelijk aantal en in dezelfde volgorde zijn geplaatst, vormen te zamen een stel gelijkluidende lijsten.
— 2. Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen, waarboven dezelfde aanduiding van een politieke groepering is geplaatst, vormen te zamen een lijstengroep. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen.
Artikel H 12 lid 1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel uitmakend stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande lijst een waarborgsom van vijfentwintigduizend gulden worden betaald aan het Rijk.
— 2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.
— 3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.
— 4. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep, het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5. In dat geval vervalt de waarborgsom aan het Rijk.
Artikel H 13 lid 1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande lijst een waarborgsom van vijfentwintighonderd gulden worden betaald aan de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd.
— 2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.
— 3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.
— 4. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep, het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5, en aan de lijst geen zetel is toegewezen. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd.
Artikel H 14 lid 1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, moet voor elke lijst een waarborgsom van vijfhonderd gulden worden betaald aan de gemeente.
— 2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.
— 3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.
— 4. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5, en aan de lijst geen zetel is toegewezen. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de gemeente.
Artikel H 15. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende het betalen van waarborgsommen ten behoeve van de kandidatenlijsten. Bij ministeriële regeling worden voor de bewijzen van betaling van de waarborgsom modellen vastgesteld.
Het onderzoek, de verbinding en de nummering van de kandidatenlijsten
Artikel I 1 lid 1. Op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, houdt het hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.
Artikel I 2 lid 1. Indien bij het onderzoek blijkt van een of meer van de volgende verzuimen, geeft het hoofdstembureau onverwijld bij aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de lijst heeft ingeleverd:
a. dat, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, niet ten minste tien verklaringen zijn overgelegd, waarbij niet meetellen de verklaringen die niet aan het bepaalde in artikel H 4, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, voldoen, de verklaringen waarop niet een aantekening als bedoeld in artikel H 4, vierde lid, voorkomt en de verklaringen van een kiezer die meer dan één verklaring heeft ondertekend;
b. dat, indien zich het geval voordoet, bedoeld in artikel H 7, derde lid, de verklaring dat de kandidaat voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, ontbreekt;
c. dat een kandidaat niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8;
d. dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst;
e. dat, indien het een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer betreft, ten aanzien van een kandidaat die buiten Nederland woonplaats heeft in zijn verklaring van instemming de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
f. dat, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet worden betaald, het bewijs dat deze betaling is verricht, ontbreekt;
g. dat de lijst niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing;
h. dat, indien de lijst is ingeleverd door een kiezer die niet als zodanig is geregistreerd in de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, deze kiezer niet heeft overgelegd een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing;
i. dat een verklaring, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3, ontbreekt.
— 2. Uiterlijk op de derde dag na de kandidaatstelling kan degene die de lijst heeft ingeleverd, het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, op de eerste en tweede dag van negen tot zeventien uur en op de derde dag van negen tot vijftien uur.
— 3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder g, kan een kiezer die tot het inleveren van de lijst bevoegd zou zijn geweest, door persoonlijke verschijning ter secretarie zich alsnog in de plaats van de onbevoegde inleveraar stellen; hij wordt dan geacht de lijst persoonlijk te hebben ingeleverd. Het in de vorige volzin bepaalde vindt overeenkomstige toepassing, indien de verklaring, in het eerste lid onder h bedoeld, niet alsnog wordt overgelegd.
— 4. Bij verhindering of ontstentenis van degene die de lijst heeft ingeleverd, treedt in diens plaats een ingevolge artikel H 5, tweede volzin, op de lijst vermelde vervanger.
Artikel I 4. Op de derde dag na de kandidaatstelling beslist het hoofdstembureau in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering.
Artikel I 5. Ongeldig is de lijst:
a. die niet op de dag van de kandidaatstelling tussen negen en vijftien uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau of het door deze aangewezen lid is ingeleverd;
b. waarbij, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet worden betaald, niet gevoegd is het bewijs dat deze betaling is verricht;
c. waarbij, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, niet ten minste tien geldige verklaringen zijn overgelegd;
d. die niet voldoet aan het bij ministeriële regeling vastgestelde model;
e. die niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing;
f. waarbij, voor zover vereist, niet is overgelegd de verklaring van burgemeester en wethouders dat de inleveraar als kiezer is geregistreerd in hun gemeente en bevoegd is aan de verkiezing deel te nemen;
g. waarop door toepassing van artikel I 6 alle kandidaten zijn geschrapt.
Artikel I 6 lid 1. Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid aangewezen, van de lijst de naam van de kandidaat:
a. die niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8;
b. van wie niet is overgelegd de verklaring dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst;
c. wiens woonplaats buiten Nederland is gelegen, indien de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
d. die tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor de verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat orgaan vereiste leeftijd bereikt;
e. die bij een verkiezing van de leden van provinciale staten of van de gemeenteraad geen ingezetene is van de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, en ten aanzien van wie de verklaring dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, ontbreekt;
f. die heeft verklaard dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, en ten aanzien van wie blijkt dat hij tevens een zodanige verklaring heeft afgelegd voor de verkiezing van de leden van de staten van een andere provincie, onderscheidenlijk van de raad van een andere gemeente;
g. die tenzij het kandidatenlijsten betreft als bedoeld in artikel H 2, eerste lid, eerste volzin, voorkomt op meer dan één van de bij het hoofdstembureau ingeleverde lijsten;
h. van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;
i. die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten aantal.
— 2. Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid aangewezen, de aanduiding van een politieke groepering, indien:
a. een daarop betrekking hebbende verklaring als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3 ontbreekt;
b. de aanduiding geplaatst is boven meer dan één van de bij het hoofdstembureau ingeleverde lijsten.
— 3.Indien de aanduiding van een politieke groepering niet in overeenstemming is met die waaronder zij is geregistreerd, brengt het hoofdstembureau deze ambtshalve daarmee in overeenstemming.
Artikel I 7 lid 1. In afwijking van artikel 9 van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen wordt een beroepschrift ingevolge die wet tegen een beschikking als bedoeld in artikel I 4, ingediend uiterlijk op de vierde dag nadat de beschikking is gegeven of geacht wordt te zijn geweigerd. Onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van die wet kan het beroep worden ingesteld door iedere kiezer.
Artikel I 10 lid 1. Op de dag van de kandidaatstelling, tussen negen en zeventien uur, kunnen kandidatenlijsten van verschillende politieke groeperingen tot een lijstencombinatie worden verbonden door inlevering bij het centraal stembureau van een daartoe strekkende schriftelijke gemeenschappelijke verklaring van de op de lijsten vermelde gemachtigden.
— 2. Zodanige verbinding kan slechts worden aangebracht tussen politieke groeperingen waarvan de aanduiding ten behoeve van de desbetreffende verkiezing is geregistreerd.
— 3. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of van provinciale staten van een provincie die uit meer dan één kieskring bestaat, kan een verbinding voorts slechts worden aangebracht indien
a. de onderscheidene groeperingen in alle kieskringen een lijst hebben ingediend en
b. de combinatie betrekking heeft op alle in de onderscheidene kieskringen vanwege een groepering ingediende lijsten.
— 4. Het bepaalde in het tweede lid is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien de aldus gevormde aanduiding voorkomt op alle vanwege die groeperingen ingediende lijsten.
— 5. Bij ministeriële regeling wordt voor de in het eerste lid bedoelde verklaring een model vastgesteld.
Artikel I 11. Het centraal stembureau beslist over de geldigheid van de lijstencombinaties in de zitting, bedoeld in artikel I 12.
Artikel I 12. Op de tweede dag na de kandidaatstelling nummert het centraal stembureau in een openbare zitting de kandidatenlijsten.
Artikel I 13. Bij de nummering gelden de lijstengroepen alsmede de niet van een groep deel uitmakende stellen gelijkluidende lijsten als één lijst.
Artikel I 14 lid 1. Eerst worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigend orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Aan deze lijsten worden de nummers 1 en volgende toegekend in de volgorde van de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantallen stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de groepering met het hoogste aantal stemmen het nummer 1 wordt toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot.
— 2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend. In het geval waarbij aan ten minste één van de betrokken groeperingen één of meer zetels zijn toegekend worden voor de toepassing van het bepaalde in de tweede volzin van het eerste lid, de op de lijsten uitgebrachte aantallen stemmen van de groeperingen waaraan die zetels zijn toegekend, bij elkaar opgeteld.
— 3. Vervolgens worden, met de nummers volgende op de laatste krachtens het eerste lid toegekende nummer, genummerd de overige lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten waarvan in alle kieskringen een lijst is ingeleverd, in de volgorde door het lot aangewezen.
— 4. Daarna worden, met de nummers volgende op het laatste krachtens het tweede lid toegekende nummer, genummerd de overige lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten in de volgorde van het aantal kieskringen waar een daartoe behorende lijst is ingeleverd, met dien verstande, dat het eerstvolgende nummer wordt toegekend aan de lijstengroep of het stel gelijkluidende lijsten waarvan een lijst is ingeleverd in de meeste kieskringen. Bij een gelijk aantal kieskringen beslist het lot.
Artikel J 1 lid 1. De stemming vindt plaats op de drieënveertigste dag na de kandidaatstelling. Indien de drieënveertigste dag na de kandidaatstelling 4 mei of de dag voor Hemelvaartsdag is, vindt de stemming plaats op de tweeënveertigste dag. Indien de drieënveertigste dag na de kandidaatstelling 5 of 6 mei en tevens de dag voor Hemelvaartsdag is, vindt de stemming plaats op de vijftigste dag.
— 2. De stemming vangt aan om acht uur en duurt tot negentien uur.
Artikel O 2 lid 1. Het hoofdstembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de som van deze aantallen. Deze som wordt het stemcijfer genoemd.
De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het centraal stembureau
Artikel P 2 lid 1. Een stel gelijkluidende lijsten als bedoeld in artikel H 11, eerste lid, geldt voor de vaststelling van de uitslag van de verkiezing als één lijst.
— 2. Het centraal stembureau telt van deze gelijkluidende lijsten te zamen de stemcijfers en de aantallen op ieder kandidaat uitgebrachte stemmen.
Artikel P 3. Een lijstengroep als bedoeld in artikel H 11, tweede lid, geldt voor het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten waaruit de groep bestaat.
Artikel P 4 lid 1. Een lijstencombinatie als bedoeld in artikel I 10 geldt voor het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst, met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten waaruit die combinatie bestaat.
— 2. Een lijstencombinatie wordt slechts in aanmerking genomen, indien aan ten minste twee van de verbonden lijsten een zetel zou zijn toegewezen, indien geen lijstencombinaties zouden zijn gevormd. Verbonden lijsten die zelfstandig geen zetel zouden hebben verworven, worden geacht geen deel uit te maken van de lijsten combinatie.
Artikel P 5 lid 1. Het centraal stembureau deelt de som van de stemcijfers van alle lijsten door het aantal te verdelen zetels.
— 2. Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.
Artikel P 6. Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.
Artikel P 7 lid 1. De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden, indien het aantal te verdelen zetels negentien of meer bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
— 2. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, komen bij deze toewijzing niet in aanmerking lijsten waarvan het stemcijfer lager is dan de kiesdeler.
Artikel P 8 lid 1. De restzetels worden, indien het aantal te verdelen zetels minder dan negentien bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten waarvan de stemcijfers bij deling door de kiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
— 2. Bij deze toewijzing komen niet in aanmerking lijsten met een stemcijfer dat lager is dan 75% van de kiesdeler.
— 3. Wanneer alle lijsten die daarvoor in aanmerking komen een restzetel hebben ontvangen en er nog zetels te verdelen blijven, worden deze zetels toegewezen volgens het stelsel van de grootste gemiddelden als bedoeld in artikel P 7, eerste lid, met dien verstande, dat bij deze toewijzing aan geen van de lijsten meer dan één zetel wordt toegewezen.
Artikel P 11 lid 1. De verdeling van de aan een lijstencombinatie toegewezen zetels over de lijsten welke zijn gecombineerd, geschiedt als volgt.
— 2. Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstencombinatie door het aantal aan de lijstencombinatie toegewezen zetels.
— 3. Het aldus verkregen quotiënt wordt combinatiekiesdeler genoemd.
— 4. Zoveel maal als de combinatiekiesdeler is begrepen in het stemcijfer van elk van de lijsten waaruit de combinatie bestaat, wordt aan die lijst een van de aan de combinatie toegewezen zetels toegewezen.
— 5. De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten van de combinatie waarvan de stemcijfers bij deling door de combinatiekiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel P 12 lid 1. De verdeling van de aan een lijstengroep toegewezen zetels over de lijsten waaruit de groep bestaat, geschiedt als volgt.
— 2. Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstengroep door het aantal aan de groep toegewezen zetels.
— 3. Het aldus verkregen quotiënt wordt groepskiesdeler genoemd.
— 4. Zoveel maal als de groepskiesdeler is begrepen in het stemcijfer van elk van de lijsten waaruit de groep bestaat, wordt aan die lijst een van de aan de groep toegewezen zetels toegewezen.
— 5. De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten van de groep waarvan de stemcijfers bij deling door de groepskiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel P 15. In de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen zijn gekozen die kandidaten die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen, een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan de helft van de kiesdeler, voor zover aan de lijstengroep, het niet van een lijstengroep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst voldoende zetels zijn toegewezen. Indien aantallen gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel P 16 lid 1. Betreft het een lijstengroep dan wordt, indien een aldus gekozen kandidaat op meer dan één lijst of stel gelijkluidende lijsten van de lijstengroep is vermeld, die kandidaat een zetel toegewezen, die is toegewezen aan de lijst of het stel gelijkluidende lijsten waarop hij het grootste aantal stemmen heeft verkregen, voor zover aan die lijst of dat stel voldoende zetels zijn toegewezen. Voor zover aantallen gelijk zijn, vindt de toewijzing plaats aan de lijst, ingeleverd in de kieskring met het laagste nummer.
— 2. Indien aan geen van de lijsten of stellen gelijkluidende lijsten waarop de kandidaat is vermeld, voldoende zetels zijn toegewezen, wordt aan hem niettemin een zetel toegewezen op de lijst of het stel gelijkluidende lijsten waarop hij het grootste aantal stemmen heeft verkregen, en vervalt daartegenover de zetel die met toepassing van artikel P 12 of P 13 het laatst was toegewezen aan een van de lijsten of stellen gelijkluidende lijsten van de groep.
Artikel P 17. De aan de lijsten toegewezen zetels die na toepassing van de artikelen P 15 en P 16 nog niet aan een kandidaat zijn toegewezen, worden aan de nog niet gekozen kandidaten van de betreffende lijsten toegewezen in de volgorde van de lijst.
Artikel P 18 lid 1. Indien een kandidaat met toepassing van artikel P 17 op meer dan één lijst gekozen is verklaard, geldt hij als gekozen op de lijst waarop het grootste aantal stemmen op hem is uitgebracht. Voor zover aantallen gelijk zijn, geldt hij als gekozen op de lijst, ingeleverd in de kieskring met het laagste nummer.
— 2. Op de andere lijst of lijsten verklaart het centraal stembureau benoemd de kandidaten die volgens hoofdstuk W plaatsvervangers van de meer dan éénmaal gekozen kandidaten zijn.
Artikel P 19 lid 1. Het centraal stembureau rangschikt ten aanzien van iedere lijst de daarop voorkomende kandidaten zodanig, dat bovenaan komen te staan de kandidaten aan wie een zetel is toegewezen met toepassing van artikel P 15, in de volgorde waarin de zetels zijn toegewezen.
— 2. Vervolgens worden, in de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen, gerangschikt de op de lijst voorkomende kandidaten die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan de helft van de kiesdeler, doch die niet met toepassing van artikel P 15 gekozen zijn verklaard. Indien aantallen gelijk zijn, beslist de volgorde van de lijst.
— 3. Tenslotte worden, in de volgorde van de lijst, gerangschikt de overige op de lijst voorkomende kandidaten.
— 4. Bij de rangschikking blijft artikel P 18 buiten toepassing.
— 5. Behoudens ten aanzien van de verkiezing van de leden van de gemeenteraden met zeven of elf leden, blijft de rangschikking achterwege, voor zover het lijsten betreft waarop geen kandidaten gekozen zijn verklaard en die niet deel uitmaken van een lijstencombinatie of lijstengroep waaraan één of meer zetels zijn toegekend.
Artikel W 1 lid 1. Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau bij een met redenen omkleed besluit, uiterlijk op de veertiende dag nadat dit ter zijner kennis is gekomen, benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in artikel P 19, het hoogst is geplaatst op de lijst waarop degene die moet worden vervangen, is gekozen. Indien het lid in wiens plaats moet worden voorzien, ontslag heeft genomen met ingang van een bepaald tijdstip, vangt de termijn, bedoeld in de eerste volzin, aan op dat tijdstip.
— 2 Indien een plaats openvalt die door toepassing van artikel P 16, tweede lid, was vervuld, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge artikel P 16, tweede lid, een zetel was onthouden.
— 3. Indien de lijst, bedoeld in het eerste lid, deel uitmaakt van een lijstengroep en op een of meer andere lijsten of stellen gelijkluidende lijsten van die groep kandidaten voorkomen die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen, een aantal stemmen hebben verkregen groter dan de helft van de kiesdeler, doch die niet met toepassing van artikel P 15 zijn gekozen, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd diegene van deze kandidaten op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht.
— 4. Indien een plaats openvalt die door toepassing van het derde lid was vervuld en dat lid niet opnieuw moet worden toegepast, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge het derde lid een zetel was onthouden.
Artikel X 1. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.
Artikel Y 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. de Akte: de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europese Parlement;
b. lid van het Europese Parlement: een in Nederland gekozen lid van het Europese Parlement.
Artikel Y 2. De leden van het Europese Parlement worden, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt, gekozen met overeenkomstige toepassing van de bij of krachtens afdeling II gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met inachtneming van de Akte.
Artikel Y 5 lid 1. De leden van het Europese Parlement worden gekozen voor een periode van vijf jaren, behoudens het bepaalde in artikel 3, tweede lid, tweede volzin, van de Akte.
— 2. Deze periode begint bij de opening van de eerste zitting na iedere verkiezing.
Artikel Y 8 lid 1. De stemming voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement vindt plaats op de donderdag, gelegen in de daarvoor ingevolge artikel 10, eerste en tweede lid, van de Akte bepaalde periode.
— 2. De kandidaatstelling vindt plaats op de drieenveertigste dag voor de stemming.
Artikel Y 9 lid 1. De Kiesraad treedt op als centraal stembureau.
— 2. Waar in de hoofdstukken H en I sprake is van het hoofdstembureau, treedt daarvoor in de plaats het centraal stembureau.
Artikel Y 10. Behalve op de in artikel G 1, vierde lid, genoemde gronden wordt op een verzoek om registratie van de aanduiding van een politieke groepering ten behoeve van de verkiezing van de leden van het Europese Parlement afwijzend beschikt, indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een aanduiding van een andere politieke groepering die reeds ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder ten behoeve van die verkiezing een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is.
Artikel Y 11. Artikel G 1, achtste lid, blijft buiten toepassing.
Artikel Y 12. De kandidatenlijsten gelden voor het gehele land. De inlevering van de lijsten bij de voorzitter van het centraal stembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau geschiedt op het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Artikel Y 13 lid 1. Bij de lijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat naast de in artikel H 9 bedoelde verklaring van instemming een schriftelijke verklaring overgelegd dat hij niet in een andere lid-staat kandidaat voor het lidmaatschap van het Europese Parlement zal zijn.
— 2. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel Y 14. In afwijking van artikel H 3, eerste lid, tweede volzin, legt elke inleveraar van een lijst een verklaring over van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing.
Artikel Y 15 lid 1. In afwijking van artikel I 2, eerste lid, onder h, wordt als verzuim aangemerkt dat de lijst is ingeleverd door een kiezer die niet heeft overgelegd een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing. Als verzuim wordt mede aangemerkt dat ten aanzien van een kandidaat de verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid, ontbreekt.
Artikel Y 16. Onmiddellijk nadat de lijsten door het centraal stembureau zijn onderzocht, worden deze en, indien vereist, de in artikel H 4 bedoelde verklaringen van ondersteuning door de voorzitter op het ministerie van Binnenlandse Zaken voor een ieder ter inzage gelegd.
Artikel Y 17. Het centraal stembureau schrapt van de lijst in de eerste plaats de naam van de kandidaat van wie de verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid, niet is overgelegd.
Artikel Y 19 lid 1. Op de dag van de kandidaatstelling, tussen negen en zeventien uur, kunnen kandidatenlijsten van verschillende politieke groeperingen tot een lijstencombinatie worden verbonden door inlevering bij het centraal stembureau van een daartoe strekkende gemeenschappelijke verklaring van de op de lijsten vermelde gemachtigden.
Artikel Y 22. Voor de toepassing van artikel N 12, hoofdstuk O en artikel P 1 treden de hoofdstembureaus voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer op als hoofdstembureaus voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement.
Artikel Z 4 lid 1. Degene die bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
— 2. Met dezelfde straf wordt gestraft de kiezer die zich door gift of belofte tot het bij volmacht stemmen laat omkopen.
Artikel Z 8. Degene die stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.
Nummer van de kieskring; gebied waarover de kieskring zich uitstrekt; gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd.
- De provincie Groningen . . . . . Groningen
- Friesland . . . . . . . . . . . . . . . . . .Leeuwarden
- Drenthe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Assen
- Overijssel . . . . . . . . . . . . . . . . . Zwolle
- Flevoland . . . . . . . . . . . . . . . . . Lelystad
- Gemeenten in Gelderland . . . . Nijmegen
- Gemeenten in Gelderland . . . . Arnhem
- De provincie Utrecht . . . . . . . . Utrecht
- De gemeente Amsterdam . . . . . Amsterdam
- Gemeenten in Noord-Holland . Haarlem
- Gemeenten in Noord-Holland . Den Helder
- De gemeente 's-Gravenhage . . . 's-Gravenhage
- De gemeente Rotterdam . . . . . . Rotterdam
- Gemeenten in Zuid-Holland . . . Dordrecht
- Gemeenten in Zuid-Holland . . . Leiden
- Zeeland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Middelburg
- Gemeenten in Noord-Brabant . .Tilburg
- Gemeenten in Noord-Brabant . .'s-Hertogenbosch
- Limburg . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Maastricht
Artikel H 2 lid 1. Een kandidaat wordt op de kandidatenlijst vermeld met naam, voorletters, geboortedatum, adres en woonplaats. De voorletters mogen geheel of ten dele door de voornamen worden vervangen. Achter de voorletters of de voornamen kan tussen haakjes de roepnaam van de kandidaat worden vermeld.
Artikel 13 lid 1. Een lid van provinciale staten kan in ieder geval niet tevens zijn:
e. ambtenaar, door of vanwege het provinciaal bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.
Artikel 13 lid 1. Een lid van de raad kan in ieder geval niet tevens zijn:
h. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.
— 2. Het bepaalde in het eerste lid, onder h, is niet van toepassing op:
c. onderwijspersoneel.
Artikel 87 lid 1. De leden van een commissie waaraan de behartiging van de belangen van een deel van de gemeente is opgedragen en waaraan met het oog daarop een zodanig samenstel van bevoegdheden van de raad is overgedragen, dat zij als een algemeen vertegenwoordigend orgaan moet worden aangemerkt, worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen van dat deel van de gemeente die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.
— 2. De raad regelt de in het eerste lid bedoelde verkiezing zoveel mogelijk overeenkomstig de bepalingen van de Kieswet voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad. De artikelen Z1 tot en met Z11 van de Kieswet zijn op de verkiezing van overeenkomstige toepassing.
Artikel 88. Om lid te kunnen zijn van een commissie als bedoeld in artikel 87 is vereist dat men ingezetene is van het betreffende deel van de gemeente en overigens voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad.