Redacteur: laatste wijziging 5 juli 1996.

Belastingkamer Amsterdam 1984

Vindplaats : VN 1985/1230  pt. 2.7
----------------------------------------------------------------------
Instantie  : Infobulletin 85/223

Regeling   : Inkomstenbelasting. Art. 46 Wet IB 1964.

Essentie   : Algemeen
             Lopende procedures
             Buitengewone lasten. Studiekosten; cursus auditing
             (Scientology Church). Hof Amsterdam, rolnr. 3100/84

Tekst      : Belanghebbende nam deel aan speciale
             trainingsprogramma's van de Scientology Church in de
             hoop daardoor een hogere plaats in de "kerkelijke"
             hierarchie te krijgen. Daartoe was vereist dat hij
             intensief zijn persoonlijkheid zou ontwikkelen, waarbij
             auditing een belangrijke rol speelt. Na verschillende
             trainingsprogramma's te hebben doorlopen zou
             belanghebbende tot staflid benoemd kunnen worden en zelf
             als auditor kunnen optreden tegen een vergoeding van f
             40 tot f 100 per week (voor 6 dagen per week gedurende
             13 uur per dag).
             Belanghebbende stelt dat de kosten voor auditing,
             cursussen etc. aftrekbaar zijn als buitengewone lasten.
             De inspecteur weigert de aftrek en stelt dat:
             cursussen, gevolgd met het oog op duurzame verbetering
             van de persoonlijke uitrusting niet tot aftrek kunnen
             leiden; bij de onderhavige cursussen staat
             persoonlijkheidsverbetering voorop;
             geen sprake is van onderwijs voor een beroep, doch
             eerder van een vorm van psychotherapie;
             blijkens de wetsgeschiedenis de kosten in aanmerking
             komen voor zover de studie wordt ondernomen ter
             verbetering van de maatschappelijke positie; i.c. zal
             toetreding tot de staf van de Scientology Church niet
             leiden tot een financieel-economische
             positieverbetering;
             de Scientology Church geen onderwijsinstelling of erkend
             opleidingsinstituut is en evenmin voldoet aan de
             definitie "kerkgenootschap" die de HR in NJ 1947/1
             formuleerde;
             de kosten niet door belanghebbende zelf, doch door zijn
             moeder zijn betaald.