Redactie: laatste wijziging 31 maart 1997; beginmenu

Voor wie belangstelling heeft voor regelgeving zijn ook het huishoudelijk reglement,
het verenigingsrecht en de kieswet beschikbaar.

Statuten

Artikel 1. Naam en zetel

1. De naam van de partij is: "De Groenen".

2. De partij heeft haar zetel te Utrecht.

Artikel 2. Uitgangspunten

De uitgangspunten van de partij zijn:
a. alle mensen zijn gelijkwaardig en moeten als zodanig worden behandeld;
b. de leefwijze van de mens mag natuur en milieu niet bedreigen;
c. een mens kan zich slechts in onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid en vrijheid wezenlijk ontplooien.

Artikel 3. Doel

Het is het doel van De Groenen om maatschappelijk en politiek vorm te geven aan haar uitgangspunten door:
a. het bevorderen van produktiemethoden waarbij de diversiteit en kwaliteit van biologische levensgemeenschappen behouden blijven;
b. het ontwikkelen van een economisch en sociaal bestel dat recht doet aan de culturele en maatschappelijke verscheidenheid van volken, landen en regio's, en dat wereldwijd bijdraagt aan een rechtvaardige verdeling van goederen;
c. het waarborgen van de vrijheid van onderwijs en van een vrije geestelijke en culturele ontplooiing;
d. het bevorderen van de mogelijkheden voor een ieder om werkelijk invloed uit te oefenen op het openbaar bestuur;
e. het streven naar wereldvrede, zonder afbreuk te doen aan de verscheidenheid en de eigenwaarde van volken en culturen.

Artikel 4. Middelen

Tot de middelen behoren:
a. het deelnemen aan verkiezingen voor vertegenwoordigende en regelgevende organen;
b. het deelnemen aan maatschappelijke en politieke discussie en acties;
c. samenwerken met andere organisaties en personen;
d. het doen van onderzoek en het ontwikkelen van ideeën en theorieën;
e. publiceren.

Artikel 5. Lidmaatschap

1. Het lidmaatschap van de partij staat open voor iedereen die de uitgangspunten en het doel aanvaardt. Wanneer toelating strijdig is met het belang van de partij kan het partijbestuur toelating weigeren.

2. Ieder lid kan zich kandidaat stellen voor functies in en namens de partij. Alleen leden kunnen deze functies vervullen.

3. Een lid betaalt de door het congres vastgestelde contributie aan de partij.

4. Het lidmaatschap eindigt:
a. door opzegging door het lid;
b. door de dood van het lid;
c. door opzegging door de partij;
d. door royement.

5. De partij kan het lidmaatschap opzeggen indien het lid, na daartoe behoorlijk te zijn aangemaand, in gebreke is met de betaling van de contributie of met het voldoen aan andere financiële verplichtingen jegens de partij.

6. Het partijbestuur is bevoegd een lid te royeren, wanneer het in ernstige mate in strijd met de statuten of het huishoudelijk reglement handelt.

7. Het partijbestuur is bevoegd een lid te schorsen. Hiermee schort het alle rechten van het lidmaatschap op.

8. Het partijbestuur deelt het besluit om een lid te weigeren, te schorsen of te royeren met redenen omkleed schriftelijk mee aan de betrokkene. Binnen zes weken nadat deze hiervan kennis heeft kunnen nemen staat tegen dit besluit beroep open bij de geschillencommissie. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

Artikel 6. Afdelingen

1. Ieder lid van de partij is lid van een afdeling. In beginsel verenigen afdelingen de leden uit één of meer gemeenten, maar leden kunnen zich bij een andere afdeling inschrijven. Afdelingen overschrijden provinciegrenzen niet.

2. Afdelingen zijn niet bevoegd om een aanvullende contributie aan hun leden op te leggen.

3. Afdelingen hebben recht op een geldelijke bijdrage uit de landelijke kas, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement.

4. Afdelingen voeren een eigen financieel beleid. De partij aanvaardt geen aansprakelijkheid voor door hen aangegane verplichtingen.

5. Het huishoudelijk reglement regelt minimum ledental, erkenning, opheffing, bevoegdheden en werkwijze van een afdeling.

6. In iedere provincie waar de partij aan verkiezingen deelneemt vormen de betrokken afdelingen een provinciaal bestuur. Dit is belast met de voorbereiding van de verkiezing en houdt toezicht op het werk van de gekozen vertegenwoordigers.

Artikel 7. Congres

1. Het hoogste gezag van De Groenen berust bij de algemene ledenvergadering, genaamd: 'het congres'.

2. Ieder lid heeft stemrecht op het congres.

3. Een lid dat niet aanwezig kan zijn, kan schriftelijk een mandaat tot stemmen geven aan een ander lid. Dit dient het mandaat vóór de vergadering aan de voorzitter te tonen. Een lid kan op een congres maar één mandaat voeren.

4. Het partijbestuur roept het congres ten minste één keer per jaar bijeen door een oproep in het partijorgaan.

5. Het huishoudelijk reglement regelt de wijze waarop leden een congres bijeen kunnen roepen en de wijze waarop zij stemmen.

6. Het huishoudelijk reglement regelt de samenstelling, benoeming, taak en werkwijze van de congreswerkgroep.

7. Het huishoudelijk reglement regelt de taken en bevoegdheden van het congres.

Artikel 8. Partijbestuur

1. Iedere afdeling is gerechtigd een afvaardiging te hebben in het partijbestuur. Het aantal afgevaardigden van een afdeling hangt af van het aantal leden, zoals geregeld in het huishoudelijk reglement. Het congres bekrachtigt de voordracht van een afdeling.

2. Het congres kiest uit het midden van het bestuur of daarbuiten een dagelijks bestuur van ten minste drie personen en kiest de voorzitter in functie.

3. Het huishoudelijk reglement regelt de wijze van kandidaatstelling, de verkiezing en de zittingstermijn van de leden van het bestuur.

4. Het bestuur vergadert ten minste vier maal per jaar plenair.

5. Het huishoudelijk reglement regelt de taken en bevoegdheden van het bestuur.

6. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de partij in en buiten rechte.

7. Het bestuur heeft de toestemming van het congres nodig voor het aangaan van overeenkomsten die voor de partij een verplichting van meer dan negenduizend gulden op jaarbasis betekenen. Het bestuur heeft de toestemming van het congres nodig voor het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. Andere overeenkomsten waarbij de partij financieel risico loopt mag het bestuur niet aangaan.

8. Het bestuur maakt bij elke schenking aan de partij welke ten minste tienduizend gulden bedraagt het bedrag en de naam van de schenker openbaar.

Artikel 9. Directe besluitvorming

Een lid kan verzoeken om een besluit van een ledenvergadering aan een correctief referendum te onderwerpen. Het huishoudelijk reglement stelt nadere regels omtrent het referendum.

Artikel 10. Kascommissie

De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten, die het partijbestuur heeft opgesteld, en brengt hiervan verslag uit aan het congres. De commissie telt ten minste twee leden.

Artikel 11. Geschillencommissie

1. De geschillencommissie heeft drie leden en een plaatsvervanger.

2. Een belanghebbende kan de commissie schriftelijk verzoeken een geschil binnen de partij te toetsen aan statuten, huishoudelijk reglement en eventuele andere reglementen en aan de eis van billijkheid.

3. De commissie doet schriftelijk uitspraak. In spoedeisende gevallen kan zij een voorlopige voorziening treffen. Een uitspraak van de commissie is bindend.

Artikel 12. Onverenigbare functies

Onverenigbaar zijn de volgende functies:
a. partijbestuurder en geschillencomissaris;
b. partijbestuurder en kascomissaris;
c. partijbestuurder en lid van Eerste of Tweede Kamer of Europees Parlement;
d. de lidmaatschappen van vertegenwoordigende organen onderling.

Artikel 13. Ontbinding van de partij

Voor het ontbinden van de partij moeten alle leden schriftelijk geraadpleegd worden. Indien de leden met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen tot opheffing besluiten, komt binnen vier weken een congres bijeen. Dit congres regelt alle resterende zaken. Bij een batig saldo kiest het een bestemming die in overeenstemming is met het doel van de partij.

bomen