Redactie: laatste wijziging 4 juli 1996; hoofdmenu
Secretariaat Noord-Holland: Willem Alexanderpoort 71, 1421 CG Uithoorn
Telefonische inlichtingen:
De bijl (wie weet hoe lang geleden!)
Nog zonder steel, kwam 't bos intreden
En keek onnozel als een lam,
En groette zelfs den kleinsten stam;
Sprak voorts eerbiedig tot de bomen,
D'eersten in rang: Ik ben gekomen,
O, edele stammen, die uw kruin
Verheft tot boven berg en duin,
Om iets gerings u af te smeken!
'k Verzoek voor mij te mogen breken
Van 't kleine hout, dat u niet deert,
Eén steeltje, dat mij slechts mankeert,
En zonder 't welk mij staat te vrezen,
Dat ik ganselijk onnut zal wezen
Aan u, geëerde Maatschappij,
Waaraan ik al mijn zorgen wij!
De bomen straks aan 't overleggen
Wat antwoord aan de bijl te zeggen.
Een enkele boom, slechts hier en daar
Begreep maar enigszins 't gevaar,
't Welk hun allen stond te vrezen,
Wierd aan de bijl een steel gewezen!
Het antwoord was - om kort te gaan -
De bijl 't verzochte toe te staan.
Deez' had zodra geen steel bekomen,
Of sprak aldus: Gij grote bomen,
Gij trotsen, werpt u voor mij neer!
Erkent in mij uw Vorst en Heer,
En stelt u niet in 't minst daartegen.
De macht die ik wettig heb verkregen
Eist eerbied, duldt geen trots bestaan;
Elk uwer is mijn onderdaan!
Die taal deed al de bomen schrikken,
Maar niemand durfde een woord te kikken,
Want die zich 't spreken onderwond,
Wierd neergehakt, hoe vast hij stond.
Die dit beseft, zal zeker beven,
Om aan de bijl een steel te geven.
Pieter van Woensel, geboren eind 1747/begin 1748
