Redactie: laatste wijziging 31 maart 1997; beginmenu

Huishoudelijk Reglement

HR Artikel 1. Lidmaatschap

1. Aspirantleden kunnen zich als lid melden bij het secretariaat van het partijbestuur of bij een afdeling, die de aspirantleden meldt aan het partijbestuur.

2. Het lidmaatschap gaat in, tenzij het partijbestuur het lid afwijst, na betaling van de contributie. Het eindigt op de dag dat het partijbestuur de opzegging ontvangt. Het partijbestuur doet regelmatig opgave van de veranderingen in het ledenbestand aan de betrokken afdelingen.

3. Indien een lid de contributie vóór 1 april van het betreffende jaar niet heeft voldaan, wijst het partijbestuur het schriftelijk op zijn of haar verplichtingen. Indien hierop binnen zes weken bij het partijbestuur van betaling niet is gebleken, wordt het lid nogmaals aan de betalingsverplichting herinnerd. De afdeling wordt van deze herinnering op de hoogte gesteld. Wordt hierop binnen zes weken opnieuw niet gereageerd, dan kan het partijbestuur het lid met onmiddellijke ingang afvoeren van de ledenlijst, echter niet met terugwerkende kracht.

HR Artikel 2. Afdelingen

1. De oprichters van een afdeling melden de namen, adressen en functies van de bestuurders, het bank- of girorekeningnummer van de afdeling en het gebied dat de afdeling omvat aan het partijbestuur.

2. Een afdeling heeft ten minste acht leden.

3. Indien een afdeling minder dan acht leden telt kan het partijbestuur deze opheffen.

4. Een lid kan aan het partijbestuur melden dat hij of zij ingeschreven wil worden bij een andere afdeling.

5. Bij opheffing van een afdeling dragen de aftredende bestuursleden alle bescheiden en eventuele bezittingen over aan het partijbestuur.

6. De afdelingen ontvangen naar rato van het aantal leden een door het congres te bepalen bijdrage uit de landelijke kas.

7. Personen kunnen (tegen een nader te bepalen gereduceerd contributiebedrag) alleen lid zijn van een afdeling van De Groenen.

HR Artikel 3. Congres

1. Op schriftelijk verzoek van een tiende van het aantal leden roept het partijbestuur een congres bijeen binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. Er is dan ontheffing van het navolgende tijdschema.

2. Ter voorbereiding van een congres geldt het volgende tijdschema:
a. Uiterlijk acht weken voor het congres maakt het partijbestuur plaats en tijd van het congres aan de leden bekend, evenals het adres van de congreswerkgroep;
b. zes weken voor het congres dienen voorstellen voor de congresagenda bij de congreswerkgroep te zijn ingediend;
c. tot vier weken voor het congres kunnen congresstukken aan het de congreswerkgroep worden aangeboden;
d. uiterlijk twee weken voor het congres worden de congresstukken aan de leden toegezonden;
e. tot een week voor het congres kunnen amendementen bij de congreswerkgroep worden ingediend;
f. eventuele overige voor het congres van belang zijnde stukken worden bij aanvang van het congres aan de leden uitgereikt.

3. Ieder lid kan een amendement of een motie indienen.

4. Tot een uur na de aanvang van het congres kunnen moties schriftelijk en ondertekend met de handtekeningen van ten minste vijf leden bij de congreswerkgroep worden ingediend.

5. Tot twee uur na de aanvang van het congres kunnen amendementen op moties bij de congreswerkgroep worden ingediend.

6. Amendementen op congresstukken worden door het partijbestuur van een positief of negatief preadvies voorzien, dan wel van een onthouding.

7. Amendementen op congresstukken worden door de congreswerkgroep in overleg met het partijbestuur ingedeeld in de volgende categorieën:
categorie 1: bevat amendementen die van ondergeschikte betekenis zijn, slechts kleine veranderingen voorstellen of zuiver redactioneel van aard zijn;
categorie 2: bevat amendementen die wel op verschillen duiden, maar niet leiden tot herziening op hoofdpunten van de voorliggende congresstukken;
categorie 3: bevat amendementen die beogen wezenlijke veranderingen aan te brengen in de voorliggende congresstukken.

8. Uiterlijk vier dagen voor het congres deelt de congreswerkgroep aan de betrokken indieners mee hoe de amendementen zijn ingedeeld.

9. Tot twee dagen voor het congres mogen indieners van amendementen verzoeken tot verplaatsing van deze amendementen naar een andere categorie. Partijbestuur en congreswerkgroep beslissen over deze verzoeken. De congreswerkgroep zorgt dat de gewijzigde indeling bij aanvang van het congres op schrift wordt uitgereikt.

10. De amendementen uit categorie 1 worden niet afzonderlijk vermeld; de positief gepreadviseerde amendementen uit deze categorie worden verwerkt in de voorliggende tekst.
De in categorie 2 ingedeelde amendementen komen afzonderlijk in stemming na toelichting van de indiener en van de uitbrenger van het preadvies, echter zonder discussie in het congres.
De in categorie 3 ingedeelde amendementen komen afzonderlijk in stemming na discussie in het congres.

11. Tot de taken en bevoegdheden van het congres behoren:
a. het beoordelen van het beleid van de fracties in Eerste en Tweede Kamer en Europees parlement;
b. het vaststellen van het landelijke en Europese politieke programma van De Groenen;
c. het vaststellen van de kandidatenlijst voor landelijke of Europese verkiezingen;
d. het verbinden van deze lijst met de lijst van een andere politieke groepering;
e. het vormen van een gezamenlijke lijst met een andere politieke groepering;
f. het beoordelen van het beleid van het partijbestuur;
g. de verkiezing van het partijbestuur;
h. de verkiezing van kascommissie en geschillencommissie;
i. het goedkeuren van de balans en de staat van baten en lasten;
j. het goedkeuren van de begroting;
k. het wijzigen van statuten en huishoudelijk reglement zoals bepaald bij artikel 10 van het huishoudelijk reglement.

12. Het dagelijks bestuur schrijft de door het congres vastgestelde naam tijdig in bij De Kiesraad. Deze naam is thans "De Groenen".

HR Artikel 4. Congreswerkgroep

1. Het congres kiest de leden van de congreswerkgroep die het volgende congres voorbereidt. Het congres kan het samenstellen van de congreswerkgroep aan het partijbestuur delegeren. Het aantal leden van de congreswerkgroep dat tevens partijbestuurder is, bedraagt minder dan de helft.

2. De congreswerkgroep heeft tot taak:
a. de organisatorische voorbereiding van het congres;
b. de vaststelling van de dagorde van het congres;
c. het maken van een voorstel voor de agenda en een tijdschema na overleg met het partijbestuur;
d. het toedelen van de beschikbare spreektijd;
e. het aanwijzen van voorzitters voor de verschillende congreszittingen;
f. het maken en doorzenden van notulen aan het partijbestuur binnen twee weken na afloop van het congres.

HR Artikel 5. Partijbestuur

1. Iedere afdeling heeft het recht een afgevaardigde in het partijbestuur te benoemen. Afdelingen met meer dan 10% van het aantal leden, zoals dat bekend was op 1 januari van dat jaar, hebben recht op twee afgevaardigden.

2. Afgevaardigden in het partijbestuur worden door stemming benoemd op een algemene ledenvergadering van de betrokken afdeling, nadat een oproep tot kandidaatstelling aan de leden van de afdeling heeft plaatsgevonden.

3. Aldus benoemde en overige kandidaten voor het partijbestuur dienen ten minste een week voor het congres bekend te zijn bij de congreswerkgroep.

4. Om tot lid van het partijbestuur te worden gekozen moet men meer dan de helft van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op zich hebben verenigd.

5. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan.

6. Het dagelijks bestuur roept het partijbestuur ten minste vier keer per jaar schriftelijk bijeen. De oproep gaat vergezeld van voldoende informatie over de geagendeerde onderwerpen.

7. De plenaire vergaderingen van het partijbestuur zijn openbaar voor leden. Zij mogen verzoeken het woord te voeren.

8. Tot de taken van het bestuur behoren:
a. de algemene leiding van de partij;
b. het uitvoeren van besluiten van het congres;
c. het benoemen van commissies met een facilitaire taak;
d. het aanwijzen van gevolmachtigden en het vaststellen van de inhoud van hun volmacht;
e. de erkenning en opheffing van afdelingen volgens de regels die daartoe gesteld zijn;
f. het toezicht op de selectie van kandidaten voor functies in of namens de partij;
g. het financiële beheer;
h. het opstellen van een financieel jaarverslag, dat binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het congres wordt voorgelegd;
i. het opstellen van een begroting voor het komende boekjaar, uiterlijk drie maanden voordat dat jaar begint;
j. het adviseren van de fracties in Eerste en Tweede Kamer en het Europees parlement;
k. de voorbereiding van verkiezingen van vertegenwoordigende organen;
l. het benoemen van werknemers van de partij, na een besluit daartoe door het congres;
m. het voorzien in vacatures veroorzaakt door het tussentijds aftreden van partijfunctionarissen, die het congres benoemd heeft;
n. het maken van een verslag over de achterliggende periode tussen twee congressen, waarin opgenomen een overzicht van de besluiten die het partijbestuur in die periode genomen heeft. Dit verslag wordt met de overige congresstukken meegezonden en ter goedkeuring voorgelegd aan het congres.

HR Artikel 6. Vergaderingen en stemmingen

1. Met uitzondering van besprekingen van een vertrouwelijke zaak, te beoordelen door de voorzitter en twee andere leden van de vergadering, zijn algemene vergaderingen openbaar.

2. De vergadering stelt bij aanvang een notulist aan.

3. De vergadering heeft het recht zelf een voorzitter aan te stellen.

4. Een stemgerechtigde heeft bij stemming de keuze tussen "voor", "tegen" of "onthouding". Tenzij de statuten of het huishoudelijk reglement anders voorschrijven is een voorstel aangenomen als het aantal stemmen "voor" het aantal stemmen "tegen" overtreft.

5. Stemgerechtigden brengen slechts één stem (en eventueel één gemachtigde stem) uit per in stemming gebracht voorstel. Voor het vaststellen van kandidatenlijsten kan men niet bij volmacht stemmen.

6. Onthoudingen tellen mee voor het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

7. Indien een amendement op een voorstel of motie is ingediend, brengt de voorzitter dit in stemming voorafgaand aan het voorstel of de motie. Indien twee of meer amendementen op een voorstel of motie zijn ingediend, brengt de voorzitter eerst het meest verstrekkende amendement in stemming. Indien één of meerdere amendementen zijn aangenomen, brengt de voorzitter het voorstel of de motie enkel in geamendeerde vorm in stemming.

8. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Als gestemd is over een mondeling voorstel geldt dit ook voor de inhoud van het besluit. Als een stemgerechtigde het oordeel van de voorzitter onmiddellijk betwist, dan brengt de voorzitter het besluit opnieuw in stemming. Het oordeel van de voorzitter over deze herstemming kan niet nogmaals betwist worden. Een nieuwe stemming vernietigt de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

HR Artikel 7. Benoemingen

1. Elke benoeming door het congres in een partijfunctie heeft de duur van ten hoogste twee jaren. Het is mogelijk iemand opnieuw in dezelfde functie te benoemen. Bij tussentijds aftreden, treedt de opvolger af op het tijdstip waarop zijn of haar voorganger had zullen aftreden.

2. Een vergadering kan een kandidaat bij acclamatie benoemen.

3. Over personen wordt, indien er niet bij acclamatie gestemd wordt, schriftelijk gestemd. De vergadering benoemt dan een stembureau. De voorzitter van de vergadering is geen lid van het stembureau, noch iemand die bij het onderwerp van stemming betrokken is. Het stembureau telt het aantal ingeleverde stembiljetten en beslist over hun geldigheid. Het deelt de uitslag van de stemming aan de vergadering mee.

4. Indien twee of meer kandidaten voor één functie de meeste stemmen op zich hebben verenigd, vindt herstemming plaats. Indien het gebeurde zich herhaalt, wordt er geloot.

HR Artikel 8. Directe besluitvorming

1. Een lid kan verzoeken om een congresbesluit aan een correctief referendum te onderwerpen. Daartoe moet het lid binnen veertien dagen na het congres de handtekeningen van tien leden en een borgsom van ƒ300,= overleggen aan de congreswerkgroep. Deze stelt een referendumcommissie in die bestaat uit evenveel voorstanders als tegenstanders van het omstreden besluit en een onafhankelijke voorzitter.

2. De verkiezing van personen kan geen onderwerp zijn van een correctief referendum.

3. De commissie is belast met de uitvoering van het referendum. Zij stelt in overleg met de aanvrager het stembiljet op en wel zo dat daarop slechts met "ja" of "nee" kan worden geantwoord. De leden hebben na verzending van de stembiljetten ten minste veertien dagen om hun stem uit te brengen. De uitslag is geldig indien ten minste dertig procent van de leden zijn stem heeft uitgebracht. De commissie maakt de uitslag zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de aanvraag van het referendum, bekend.

4. De partij betaalt het bedrag van de borgsom aan de borgsteller terug wanneer het referendum het omstreden besluit vernietigt.

5. De aanvraag van een referendum schort de uitvoering van het omstreden besluit op.

HR Artikel 9. Vergoedingen

1. De partij vergoedt kosten van leden onder de volgende voorwaarden:
a. de kosten moeten zijn gemaakt;
b. de belanghebbende moet de kosten met schriftelijke bescheiden kunnen staven;
c. de kosten moeten noodzakelijk zijn geweest voor activiteiten die passen binnen het doel en de werkwijze van de partij. Tenzij anders geregeld in statuten of huishoudelijk reglement, wordt dit voor plaatselijke activiteiten door het afdelingsbestuur beoordeeld en voor alle overige activiteiten door het partijbestuur. Deze organen moeten met de activiteiten ingestemd hebben;
d. noodzakelijke kosten zijn in elk geval: beloningen en vergoedingen aan derden, reiskosten, telefoonkosten, portokosten, kopieerkosten en voor activiteiten in het buitenland verblijfkosten.

2. De verplichting van de partij om kosten te vergoeden vervalt in geval van overmacht. Van overmacht is sprake als de kosten van plaatselijke activiteiten de afdracht van de partij aan de afdeling overtreffen en in andere gevallen als de kosten het saldo van de partij na voldoening van haar verplichtingen aan derden overtreffen.

3. De partij maakt geen aanspraak op de schadeloosstelling die haar gekozen vertegenwoordigers ontvangen.

HR Artikel 10. Overgangsbepalingen

1. Een voorstel tot wijziging van statuten of huishoudelijk reglement kan alleen aangenomen worden als het twee weken vóór het congres aan de leden is bekendgemaakt.

2. Voor wijziging van de statuten zijn ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.

3. Het congres bepaalt wanneer de gewijzigde statuten of het gewijzigde huishoudelijk reglement in werking treden.

Aldus vastgesteld door het vijftiende congres van De Groenen op 15 februari 1997 te Utrecht.

bomen