Redactie: laatste wijziging 1 februari 1998 beginmenu
In 1996 vierden De Groenen het feit dat de partij twaalfeneenhalf jaar geleden was opgericht. In december 1983 was een aantal provinciale groene partijen overgegaan tot de oprichting van De Groenen. Na enkele naamsveranderingen - Europese Groenen in 1984, Federatieve Groenen in 1985 - ging de partij na een fusie met Groen Amsterdam in 1988 weer De Groenen heten.
De Groenen waren in 1995 in de Eerste Kamer gekomen als onderdeel van een alliantie met het Platform Onafhankelijke Groeperingen (POG). Hierin werkte een aantal provinciale partijen sinds 1990 samen. Deze provinciale partijen waren op hun beurt veelal bundelingen van lokale partijen.
Op 22 juni 1996 kozen de deelnemers aan het Platform op een bijeenkomst in Vleuten voor een iets vastere vorm van samenwerking en richtten de Federatie Politieke Onafhankelijke Groeperingen op (opnieuw afgekort als POG). Voorzitter werd F. Aerts, die ook voorzitter was van de Partij Nieuw Limburg (PNL). Naast de provinciale partijen sloot zich bij het POG ook de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) aan, al bestond er bij sommige plaatselijke groeperingen weerstand tegen al te veel samenwerking op landelijk niveau. Die weerstand werd versterkt door de aanwezigheid van De Groenen - in Vleuten vertegenwoordigd door senator M. Bierman. De Groenen konden weliswaar geen lid worden van het POG, maar hoopten via nauwere samenwerking met lokale partijen meer invloed te verwerven op lokaal niveau en indirect wellicht op landelijk niveau.
Naar aanleiding van artikelen hierover in het door De Groenen uitgegeven blad Gras schreef de secretaris van de POG, H. Schoemaker, in het blad van de VPPG: ’De Groenen parasiteren op de grondgedachte van lokale lijsten’ (Interlokaal, oktober 1996). Het POG zou volgens hem distantie tot De Groenen dienen te bewaren. Aan de samenwerking in de steunfractie van de Eerste Kamer zou echter geen einde hoeven te komen.
Op 29 juni vierden De Groenen hun twaalfeneenhalf-jarig bestaan op een congres te Arnhem, waar zojuist een nieuwe afdeling was opgericht door M. van Meurs - van 1982 tot 1990 wethouder voor de PvdA in deze gemeente.
Het congres koos twee nieuwe bestuursleden; P. Fetter werd herkozen als voorzitter. Een kleine meerderheid stemde in met opheffing van de Groene Raad, de partijraad van De Groenen - althans op termijn. Op 9 november zou de Groene Raad nog in Vleuten bijeen komen. Voorstellen op het congres om de Groene Raad meer gewicht te geven en terug te keren tot een federatieve structuur, haalden geen meerderheid op het congres.
Naast huishoudelijke zaken bespraken de congresgangers drie inhoudelijke onderwerpen: vluchtelingenbeleid, genetische manipulatie en plattelandsbeleid. F. Zinken, lid van de Limburgse Staten voor de PNL, hield een betoog voor drie verschillende soorten partijen voor de drie bestuurlijke niveaus in Nederland: lokale partijen op gemeentelijk niveau, provinciale partijen op
provinciaal niveau en landelijke partijen op nationaal niveau.
Het zetelhoudersoverleg - tussen Groene leden van (deel)gemeenteraden en Provinciale Staten - vond plaats op 9 maart en 12 oktober in Amsterdam. In oktober werd vooral gesproken over de spanning tussen economische groei en milieu.
Het Eerste-Kamerlid Bierman publiceerde in 1996 een bundel dagbladcolumns onder de titel Kort door de bocht. Hij bood het eerste exemplaar op 19 maart aan de minister van Verkeer en Waterstaat, mevr. Jorritsma, aan.
Het Wetenschappelijk Bureau kwam in 1996 langzamerhand van de grond. Bij gebrek aan subsidie werd de instelling voorlopig geheel bemand door vrijwilligers.
