HelpDisk

HelpDisk © *HD*

 

Coaching & Supervisie

Problemen bij intervisie (en oplossingen)

Inhoud:


[^]


Inleiding

[Q]uestion: Wanneer wij in ons intervisiegroepje een tijdje met intervisie bezig zijn, dan komt er telkens weer zo'n moment dat iedereen iedereen aan het overtuigen is van alle goede oplossingen die iedereen heeft.

[A]nswer: Een veelgehoorde valkuil. Zelfs als iedereen bij elkaar zit om te leren om voor zichzelf de vragen te leren beantwoorden, blijken regelmatig weer de antwoorden belangrijker te worden gevonden dan dat we met elkaar leren om vragen te beantwoorden...

  Het draait om de vragen,
niet om de antwoorden.

Het woord inter-visie laat gelijk het gevaar al zien waar veel intervisies onder lijden. De inter-actie tussen in principe de gelijkwaardige gesprekspartners over onderwerpen die de gemoederen nogal eens doen opstoken: "wat is jouw persoonlijke visie op... ?"
Dat is vaak goed voor oeverloze discussies op de vierkantte millimeter omdat er iemand op zijn stokpaardjes zit, zorgvuldig heen-en-weer laverende gesprekken die om iedere vorm van hete brei heen draaien om-niemand-voor-het-hoofd-te-stoten, of luide stemverheffingen omdat mensen uit het oog verliezen dat het om de argumenten gaat en dat iedereen juist gelijk is. Vaak komen mensen uit dergelijke intervisies met een overdaad aan 'goede adviezen' zonder dat zij het gevoel hebben dat hun probleem ook maar een beetje duidelijker is geworden.
Juist omdat bij intervisie de gesprekspartners gelijkwaardig zijn ontstaan er ook nogal eens gesprekken waarin gesprekspatronen ontstaan die weinig verheffend uitwerken. Juist omdat er geen 'meerdere' is die beslist 'wat de waarheid is' ontstaan er regelmatig op hele andere niveaus machtsstrijden, wordt de spreektijd ongelijk verdeeld, beslissen mensen dat hun mening er niet toe doet of beslissen anderen juist dat hun mening beter, of beter geformuleerd en dus belangrijker, is dan die van anderen. Een wonderlijk fenomeen natuurlijk want iedere mening is belangrijk in een groep die bij elkaar is gaan zitten om elkaars meningen te toetsen.
Het kan dan ook verstandig zijn om dergelijke bijeenkomsten te structureren door iemand van buitenaf te vragen of door de gespreksvoering in een vast stramien onder te brengen.
Hiertoe doe ik een paar voorstelletjes: De
[Socratische Methode] en de [Balint Methode].


[^]


Wat is intervisie volgens de Socratische Methode

De filosoof Socrates leefde van 464 tot 399 voor Christus. De principiële vragen van het leven wilde hij door mensen zelf laten onderzoeken, niet op basis van boekenkennis of aangeleerde theorieën maar op basis van hun eigen levenservaring en hun eigen praktische wijsheid. Door samen te zoeken naar de specifieke normen en waarden die gelden in een specifiek geval meende de wijsgeer tot algemeen geldende normen en waarden, tot algemene gedragscodes of regels te kunnen komen.
In een socratisch gesprek gaan de deelnemers dan ook op zoek naar antwoorden op een vraag naar de diepere normen en waarden, die ons handelen bepalen. Vragen als "wat is vrijheid?", "wat is eerlijke handel" kunnen onderzocht worden door naar aanleiding van een specifiek geval waarin vrijheid of eerlijkheid een item was dat vragen opriep bij één van de gesprekspartners.

Socratische intervisie is een gesprekvorm die aan strakke regels is gebonden. Het draaide Socrates niet om het geven van het 'enige juiste antwoord' het draaide Socrates erom dat mensen zelf hun eigen antwoorden leerden geven op de vragen die hen bezig hielden. De 'leermeester' is er dus niet om vragen te beantwoorden maar juist om die vragen te stellen dat de leerling het antwoord vind op zijn eigen vragen.


[^]


Socratisch stappenplan

  1. Uitgangspunt: protagonist Er is iemand die een casus of een aspect van het werk wil inbrengen die voor hem/haar vragen oproept of twijfels geeft. Wij noemen hem/haar de protagonist.
  2. Zijn/haar eigen verhaal tot de twijfel De protagonist verteld zijn/haar verhaal. Daarbij wordt kort(!) de situatie geschetst en naar aanleiding daarvan legt de protagonist de vragen voor aan de groep of geeft zijn/haar twijfels weer die erdoor ontstaan.
  3. Drie open vragen De luisteraars stellen ieder maximaal (!) drie open vragen om de protagonist te helpen om het probleem te verkennen en te beschrijven.
    N.B. De gesprekleider let erop dat de vragen echte open vragen zijn en dat het niet om suggestieve of gesloten vragen gaat.
    Tip: noteer de vragen op een flap-over of op een whiteboard.
  4. Warme neutrale koude vragen De protagonist geeft nog geen antwoord maar geeft de vragen een waardering: warm-neutraal-koud.
    De 'koude vragen' zijn de vragen die relevant zijn maar die iemand al had bedacht. De 'warme vragen' geven een nieuw licht op de zaak. Neutrale vragen kunnen op zichzelf wel nieuwe vragen zijn maar geven geen nieuwe inzichten. Domme vragen bestaan niet.
  5. Antwoord op alle vragen De protagonist geeft antwoord op alle gestelde vragen en de luisteraars doen niets anders dan luisteren.
    Vaak is het
    -zeker met het doel van intervisie voor ogen-*)note bij abstractere problemen een valkuil als ervoor wordt gekozen om alleen de warme vragen te beantwoorden, om zo tijd te winnen.
  6. Eventueel tweede ronde vragen Wanneer dat gewenst is door de luisteraars of door de protagonist volgt er een tweede ronde open vragen.
    Uiteraard heeft de protagonist ten alle tijden het recht om een vraag niet te beantwoorden en natuurlijk kan dat ook effecten hebben voor de uitkomst van de discussie.
  7. Probleem als 'eigen' herformuleren De luisteraars herformuleren nu het probleem of twijfel in één zin alsof het hun eigen item is zodat zij zich goed inleven in de geschetste situatie van de protagonist. "Mijn eigen probleem/twijfel is ..." Bijvoorbeeld "ik ben altijd te perfectionistisch" of "ik heb de hoop niet dat ik daarmee om kan leren gaan"
  8. Warme neutrale koude herformuleringen Ook hier weer krijgt de protagonist tijd om de herformuleringen te typeren met de waardering: warm-neutraal-koud.
  9. Herformulering Aanvang Naar aanleiding daarvan herformuleert de protagonist zijn/haar aanvankelijke problemen/twijfels. De gesprekleider probeert er daarbij op te letten dat de onderwerpen die in het gesprek aan bod zijn geweest ook hun plek krijgen in de samenvatting door de protagonist. Daarbij is het namelijk goed mogelijk dat er bepaalde dingen uit het oog verloren worden maar het kan ook zijn dat het zinvol is om nog eens hardop te zeggen dat punt X van luisteraar Y niet als warm werd ervaren in dit zoekproces (niet om Y 'weg te zetten' maar om de protagonist duidelijk te laten zien wat hij/zij als 'koud' ervaart).
  10. Algemene principes Vervolgens kan de intervisiegroep nadiscussiëren over de vraag van die dag. Welke krachten n de persoon zelf, de omgeving van die persoon (de organisatie of het bedrijf waar hij werkt of eventueel-!- de privé-situatie) spelen er mee in de situatie die door de protagonist is neergezet.
    N.B. Dit is pas het eerste moment dat mensen echt hun mening geven.
    De protagonist geeft regelmatig aan of dat hij/zij het met de algemene lijn eens is, eventueel daartoe gestimuleerd door de gesprekleider als hij/zij wat overdonderd wordt doordat anderen een mening hebben over zijn/haar onderwerp.
  11. Beslismoment De protagonist bepaalt of hij de volgende stap wil/kan maken of dat hij/zij het hierbij wil laten.
  12. Heroriëntatie De protagonist vertelt zijn toehoorders hoe hij/zij het probleem wil gaan aanpakken, de twijfels zijn opgeheven of de voorwaarden waarop er met die twijfels te leven valt.
  13. Suggesties Wanneer daar behoefte aan is kan de protagonist aan de luisteraars suggesties vragen om met die twijfel om te gaan.
    Soms geeft deze laatste fase meer ruimte aan de luisteraars die graag hun persoonlijke Waarheden kwijt willen, dan dat de protagonist dit werkelijk nog nodig heeft. In ieder geval zie je vaak wel dat de voorgaande stappen en deze bewuste beslissing om de tips aan te horen het voor de protagonist ook mogelijk maakt om nu werkelijk te luisteren naar de tips die worden gegeven.

Lees eventueel ook: Jos Kessels: Socrates op de markt: filosofie in bedrijf, uitgeverij Boom, 1997


[^]


Wat is de Balint-methode

Een aantal van de boven beschreven principes kom je ook tegen bij de Balint-methode. Maar daar is veel meer aandacht aan het democratisch vinden van een gezamenlijk gespreksonderwerp.
Balint bemerkte in zijn begeleiding van artsen dat mensen
met de allerbeste bedoelingen soms forse fouten**)note konden maken in de begeleiding van patiënten. Om op een goede manier om te gaan met de betrokkenheid van de hulpverleners ontwikkelde hij groepsgesprekken (later Balint-groepen genaamd) om professionals op deze gevoelsmatige problemen te laten focussen.
In de Balintmethode worden de verschillende fasen in het gesprek zéér strak gescheiden. De groepsleider doet er goed aan om iedere volgende fase ook duidelijk op te starten met het aangeven van het doel van deze fase en de groepsleden een moment de tijd te geven om erover na te denken wat zij met de volgende fase willen bereiken.
Omgekeerd is het ook verstandig om achteraf een kort moment (vaak is 15 seconden genoeg) te nemen om erbij stil te staan dat de huidige fase voorbij is en stil te staan bij de dingen die (niet) gezegd zijn.


[^]


Balint stappenplan

  1. Problemen verzamelen naar aanleiding van de vraag "Wie heeft er welke problemen, wie heeft er welke twijfels?". Daarbij is het natuurlijk goed mogelijk dat er meerdere mensen uit de intervisiegroep dezelfde gespreksonderwerpen aandragen en dat is in orde.
  2. Interesse kweken. Ieder lid van de groep (of een stel dat samen hetzelfde punt naar voren heeft gebracht) krijgt even kort (!) de tijd om in en paar zinnen de interesse te wekken voor zijn/haar item of het belang voor de zichzelf of groep te laten herkennen door de groepsleden. Deze persoon of deze groep mensen noemen we verder weer 'de protagonist'.
  3. Probleemkeuze De groep beslist gezamenlijk aan welk probleem zij gaan werken.
  4. Gesprekleider Verder wordt er bepaalt wie de rol van gesprekleider (M/V) op zich wil nemen.
  5. Probleem voorstellen De protagonisten nemen nu ruimer de tijd om het probleem voor te stellen en meer uitleg te geven over de situatie waarin het probleem of de twijfel is gerezen. Er wordt nog niet ingegaan op de uiteindelijke beslissing (als die al mocht zijn gevallen), het draait erom dat er over het antwoord kan worden nagedacht voordat de uitkomst al bekend is (gesprekleider!).
  6. Associëren Alle luisteraars nemen even de tijd om hun eerste associaties op te schrijven bij deze voorstelling van zaken.
  7. Beeld vormen Daarna wordt de tijd gegeven aan de luisteraars om informatie te vragen of om verduidelijking te vragen wanneer iets nog niet duidelijk voor hen is. De protagonist antwoordt hierop slechts in korte bewoordingen (wanneer meerdere protagonisten bestaan let de gesprekleider er ook op dat beiden aan bod komen).
  8. Factoren analyse De gesprekleider let er ook op dat er enig zicht komt op de belemmerende en de bevorderende factoren.
  9. Oordelen individueel Alle groepsleden schrijft zijn eigen advies en idee op.
  10. Oordeelsvorming in de groep Hier zijn meerdere strategieën voor. War men voor kiest, dat is onder andere afhankelijk van de grootte van de groep en de wensen en mogelijkheden van de protagonisten.
    • Er kan gekozen worden om deze adviezen direct mondeling te geven aan de protagonist.
    • Er kan voor gekozen worden om de adviezen en de ideeën in subgroepen te bespreken.
    Hierbij is het wel belangrijk dat de protagonist(en) tussendoor niet reageert.
  11. Besluit vormen De protagonist neemt de tijd om te vertellen wat hij/zij heeft gedaan of wat hij/zij wil gaan doen en wat, in het laatste geval, hij/zij heeft gehad aan de adviezen en ideeën die zijn geopperd.
  12. Gedrag De groepsleider vertellen de protagonist wat zij van het gedrag uit de probleem situatie ook herkennen in het gedrag in de intervisiegroep. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de manier waarop iemand de vragen heeft beantwoordt of een mening heeft gegeven.
    De protagonist kan hierop reageren met antwoorden als "wat je zegt herken ik" of "dit kerken ik niet als iets van mijzelf" maar er moet geen sfeer van aanval en verdediging ontstaan. Er is niet één waarheid en het is belangrijk dat iemand de moed heeft gehad om zich van zijn onzekere of kwetsbare kant heeft laten zien zodat de groep ervan kan leren. De gesprekleider moet hier op dit moment zeer alert op zijn.
  13. Sharing de groepsleden vertellen over hun eigen gedrag (en de moeilijkheden die zij daar -aanvankelijk- bij hadden!) in soortgelijke situaties. Daarbij mag er van de toehoorders verwacht worden dat ook zij zich van hun kwetsbare kant laten zien, ook al ligt die in het verleden.
  14. Wanneer daar behoefte aan is kan de protagonist nog vragen om enkele(!) praktische tips of kan hij/zij uitleggen wat deze intervisie heeft gebracht.


[^]


Epiloog

Ik hoop dat bovenstaande spelregels helpen om een goede intervisie tot stand te laten komen zonder dat de intervisiegroep in de valkuilen stapt die daar toch vaak blijken te liggen.
Nou is het natuurlijk zo dat de beste spelregels nog niet behulpzaam kunnen zijn wanneer de onderliggende instelling niet in orde is. Daarom: Veel plezier in het leren van elkaar.

[^]


Notes:

*)-zeker met het doel van intervisie voor ogen-
De filosofische scholen van het Oosten zijn, in tegenstelling tot de Westerse benadering ook zeer geïnteresseerd in de gedachten die nergens op uitkwamen. Een interessante gedachte voor de intervisie, toch? Kan ik niet beter op de hoogte zijn van de vruchteloze pogingen van een collega, zodat ik die fout zelf niet maak? Dat is toch minstens zo interessant als 'de goede uitkomst'?
...terug naar de tekst[^]

**)met de allerbeste bedoelingen soms forse fouten
Balint bemerkte in zijn begeleiding van artsen dat mensen met de allerbeste bedoelingen soms forse fouten konden maken in de begeleiding van patiënten met serieuzere psychologische problemen. Juist hun betrokkenheid maakte dat zij persoonlijke en emotionele 'investeringen' deden in het welzijn van 'hun' patiënten die zij op de lange termijn niet vol konden houden, met alle heftige gevoelens van afwijzing die daarvan het gevolg waren voor de patiënten in kwestie. Om op een goede manier om te gaan met de betrokkenheid van de hulpverleners ontwikkelde hij Balintgroepen die zich op dergelijke onderwerpen konden focussen zodat deze mensen zelf nieuwe manieren konden vinden om met deze heftige (overdrachts)gevoelens om te gaan.
...terug naar de tekst[^]

Auteur (Copyright): Hans R. J. West

Deze tekst kunt u nog eens rustig nalezen op de zelfhulp diskette "psycho-educatie en stress management"
De dingen die u hier leest zijn onderdeel van een groter geheel. U kunt deze hypertekst zelfhulp diskettes bestellen die vanaf uw eigen harddisk werken met uw eigen World-Wide-Web-browser.
Het geeft u de mogelijkheid om alles nog eens rustig te lezen en te herlezen.
Door hier te klikken gaat u naar het bestel formulier

[^]


This pages, and all contents, are Copyright © 1996-2000 by
HelpDisk.nl (New Media), Utrecht, Holland.
All rights reserved.

[wegwijzer] Wegwijzer op deze HelpDisk *HD*

HelpDisk.nl

[HelpDisk] Home-page van deze HelpDisk
[antwoorden] Inhoudelijke vragen


[ design by: H @ n s ]

inhoud: Hans R.J. West
layout: H@ns

design with Mac

Copyright & Disclaimer, 20000611