95 stellingen van Martin Luther
Ga naar de
Inleiding Ga direct naar stelling #1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18
19 20 21 22
23 24 25 26
27 28 29 30
31 32 33 34
35 36 37 38
39 40 41 42
43 44 45 46
47 48 49 50
51 52 53 54
55 56 57 58
59 60 61 62
63 64 65 66
67 68 69 70
71 72 73 74
75 76 77 78
79 80 81 82
83 84 85 86
87 88 89 90
91 92 93 94
95
Debat tot opheldering over de geldigheid
der aflaten van de Eerw. Pater Martinus Luther, Doctor in de Letteren en de H.
Godgeleerdheid
Uit
liefde voor de waarheid en ijver om haar aan het licht te brengen zal over het
onderstaande gedebatteerd worden te Wittenberg, onder voorzitterschap van de
eerw. pater Martinus Luther, doctor in de letteren en de heilige
godgeleerdheid, alsmede daarin gewoon hoogleraar alhier. Hij verzoekt daarom
degenen, die niet aanwezig kunnen zijn om mondeling met ons van gedachten te
wisselen, het in hun afwezigheid schriftelijk te doen. In de naam van onze Heer
Jezus Christus, Amen.
- Onze Heer en meester Jezus Christus
heeft, toen hij zeide: "Bekeert u, enz." (Engels:``Repent'') (Mt 4:17),
bedoeld, dat het hele leven van de gelovigen een bekering-en-boetedoening
moet zijn.
- Dit woord kan niet opgevat worden
als betrekking hebbend op de sacramentele boetedoening (dat is de biecht
en de satisfactie, die door de priesters ambtshalve worden bediend).
- Toch bedoelt Hij niet alleen de
innerlijke, welnee, innerlijke boetedoening is geen boetedoening, als ze
naar buiten niet allerlei kastijdingen van het vlees uitwerkt.
- De boete duurt dan ook, zolang het
zelfverwijt duurt (dat is de ware innerlijke boetedoening), te weten tot
op de drempel van het koninkrijk der hemelen.
- De paus wil en kan geen enkele
boete kwijtschelden, behalve die hij ingevolge zijn eigen oordeel of
ingevolge de regels van het kerkelijk recht heeft opgelegd.
- De paus kan geen enkele schuld
vergeven tenzij door te verklaren en te verzekeren, dat ze door God
vergeven is, of het moest zijn, dat hij vergeeft in gevallen, die tot zijn
bevoegdheid behoren; als dit over 't hoofd gezien werd, zou de schuld
zonder meer blijven.
- Aan niemand vergeeft God zomaar de
schuld, zonder dat Hij hem tegelijkertijd, nederig in elk opzicht,
onderwerpt aan zijn vertegenwoordiger de priester.
- De regels van het kerkelijk
strafrecht gelden alleen voor de levenden en aan stervenden behoort op die
grond niets te worden opgelegd.
- Derhalve handelt de Heilige Geest
billijk met ons door de paus, wanneer hij in zijn decreten gevallen van
dood en nood altijd uitzondert.
- Onwijs en kwalijk handelen die
priesters, die stervenden binden aan kerkrechtelijke boetedoeningen tot in
het louteringsvuur.
- Dat vergiftig onkruid over
kerkrechtelijke straf, die veranderd kan worden in straf van het
louteringsvuur, schijnt vrij zeker uitgezaaid te zijn, terwijl de
bisschoppen sliepen.
- Vroeger werden straffen ingevolge
het kerkelijk recht niet na, maar voor de absolutie opgelegd, als
toetssteen voor oprecht berouw.
- Stervenden kwijten door de dood
alles en voor de kerkelijke wetten zijn zij al gestorven, want rechtens
hebben ze daar ontheffing van.
- Is het met de geestkracht of de
liefde van iemand, die sterven gaat, slecht gesteld, dan heeft dat
onvermijdelijk geweldige vrees tengevolge, deste geweldiger naarmate
geestkracht en liefde geringer zijn.
- Deze vrees en ontzetting kan op
zichzelf alleen al (om van de rest maar te zwijgen) de straf van een
louteringsvuur betekenen, aangezien zij zeer na grenst aan de ontzetting
der wanhoop.
- Het komt mij voor, dat hel,
louteringsvuur en hemel zich verhouden als wanhopen, de wanhoop nabij zijn
en zich geborgen weten.
- Even nodig als vermindering van
hun vrees schijnt mij voorde zielen in het louteringsvuur vermeerdering
van hun liefde.
- Met geen redelijke noch
schriftuurlijke argumenten lijkt 't mij bewezen, dat zij buiten staat
zouden zijn een verdienstelijk werk te doen of hun liefde te vermeerderen.
- Ook lijkt 't mij niet bewezen, dat
zij zeker van hun zaligheid en zonder zorg zijn, tenminste niet allen, ook
al zijn wij er volmaakt zeker van.
- Derhalve verstaat de paus onder
een volkomen kwijtschelding van alle straffen niet eenvoudigweg een
kwijtschelding van alle, maar alleen een kwijtschelding van de door
hemzelf opgelegde straffen.
- Die aflaatpredikers dwalen dan
ook, die zeggen, dat een mens door de pauselijke aflaten van alle straf
verlost en gevrijwaard wordt.
- Integendeel, hij scheldt de zielen
in het louteringsvuur geen enkele straf kwijt, dan die zij in dit leven
hadden moeten dragen volgens de regels van het kerkelijk recht.
- Als er ooit aan iemand een
kwijtschelding van alle straffen gegeven kan worden, is 't zeker, dat die
alleen aan de allervolmaaksten, d.w.z. aan zeer weinigen gegeven wordt.
- Daarom moet onvermijdelijk het
merendeel van het mensdom het spoor bijster raken door de bovengenoemde
royale wijze, waarop men zonder onderscheid vrijdom van straf belooft.
- De macht, die de paus inzake het
louteringsvuur heeft in het algemeen, heeft iedere willekeurige bisschop
en pastoor in zijn bisdom en parochie inhet bijzonder.
- De paus doet er zeer goed aan, dat
hij niet krachtens de sleutelmacht (die hij helemaal niet heeft), maar bij
wijze van "accoord" vergiffenis schenkt aan de zielen.
- Naar de mens prediken zij, die
zeggen, dat, terstond als de munt in de geldkist klinkt, een ziel vrij
uitvliegt.
- Klinkende munt in een geldkist kan
winstbejag en gierigheid vermeerderen, dat is zeker, maar de
"accoord'-verklaring der kerk staat ter beoordeling aan God alleen.
- Wie weet, of alle zielen in het
louteringsvuur wel vrijgekocht willen worden, zoals van de h. Severinus en
Paschalis verteld wordt.
- Niemand is zeker van de
oprechtheid van zijn eigen berouw, laat staan van de volkomen vergeving
die er het gevolg van is.
- Even zeldzaam als een waarachtig
boeteling is iemand, die waarachtig aflaten koopt, dat wil zeggen: zeer
zeldzaam.
- Vervloekt in eeuwigheid, met hun
leermeesters, zullen zij worden, die zich op grond van aflaatbrieven zeker
achten van hun heil.
- Men moet bijzonder oppassen met
mensen, die zeggen, dat de genoemde pauselijke aflaatbrieven die
onschatbare goddelijke gave zijn, waardoor de mens verzoend wordt met God.
- Die aflaatgunsten hebben immers
enkel betrekking op straffen in verband met de biechtsatisfactie, welke
door mensen zijn vastgesteld.
- Zij, die leren, dat voor het
vrijkopen van zielen of biechtbrieven berouw niet nodig is, prediken geen
christendom.
- Iedere willekeurige christen, die
waarlijk berouw toont, heeft volledige kwijtschelding van straf en schuld;
die komt hem ook zonder aflaatbrieven toe.
- Iedere willekeurige waarachtige
christen, hetzij levend, hetzij dood, heeft deel aan alle goede gaven van
Christus en de kerk; die worden hem ook zonder aflaatbrieven gegeven door
God.
- Toch is de vergiffenis, die de
paus uitdeelt, geenszins te versmaden, want zij is (zoals ik gezegd heb)
een verklaring betreffende de goddelijke vergiffenis.
- Het is uiterst moeilijk, zelfs
voor de allergeleerdste theologen, om tegelijkertijd de gulle verspreiding
van de aflaatbrieven en de oprechtheid van het berouw te roemen voor het
volk.
- Oprecht berouw verlangt naar straf
en houdt ervan; gulverspreide aflaten daarentegen ontheffen van straf en
boezemen er een afkeer tegen in, dat komt tenminste voor.
- Behoedzaam moeten de apostolische
aflaten gepredikt worden, opdat het mensdom niet ten onrechte de indruk
krijgt, dat zij de voorkeur verdienen boven andere goede werken der
liefde.
- Men moet de christenen leren, dat
het de bedoeling van depaus niet is het kopen van aflaatbrieven hoe dan
ook op een lijn te stellen met de werken van barmhartigheid.
- Men moet de christenen Ieren, dat
wie geeft aan de arme of deelt met een behoeftige, beter doet, dan wanneer
hij aflaatbrieven zou kopen,
- aangezien door een werk der liefde
de liefde toeneemt ende mens beter wordt, maar door aflaatbrieven wordt
hij niet beter, alleen vrijer van straf.
- Men moet de christenen leren, dat
wie een ellendige tegenkomt en zonder acht op hem te slaan geld uitgeeft
voor aflaatbrieven, geen aanspraak verheft op de aflaat van de paus, maar
wel op de verontwaardiging van God.
- Men moet de christenen leren, dat
zij de plicht hebben, als ze niet overdadig goed bij kas zijn, het nodige
voor hun gezin te bewaren en geenszins het aan aflaatbrieven te
verspillen.
- Men moet de christenen Ieren, dat
het kopen van aflaatbrieven vrij is en niet voorgeschreven.
- Men moet de christenen Ieren, dat
de paus voor het geven van aflaten meer behoefte heeft aan, en dus ook
meer verlangt naar, een devote voorbede, dan naar contante betaling.
- Men moet de christenen Ieren, dat
de aflaten van de paus nuttig zijn, als zij er niet op vertrouwen; maar
uiterst schadelijk als zij hun ontzag voor God erdoor kwijtraken.
- Men moet de christenen leren, dat
de paus, als hij wist, hoe de aflaatpredikers het geld bij elkaar brengen,
liever had, dat de basiliek van Sint Pieter in vlammen opging, dan dat ze
gebouwd werd van het vel en het vlees van zijn schapen.
- Men moet de christenen Ieren, dat
de paus, al moest(desnoods) de basiliek van Sint Pieter ervoor verkocht
worden, van zijn geld behoort uit te delen en ook wel zou willen uitdelen
aan de meeste mensen, wie nu de aflaatkramers het geld aftroggelen.
- De hoop op heil door aflaatbrieven
is zonder grond, ook al zou de vertegenwoordiger, ja de paus zelf, zijn
ziel ervoor te pand geven.
- Vijanden van Christus en van de
paus zijn zij, die voor het houden van aflaatpredikaties bevelen, dat in
andere kerken het woord Gods moeten zwijgen als het graf.
- Men doet Gods woord tekort, als in
ÈÈnzelfde preek aan de aflaten evenveel of langer tijd wordt toegemeten,
dan daaraan.
- Het moet de bedoeling van de paus
zijn, dat, wanneer deaflaten (als zijnde het geringste) met ÈÈn klok, met
ÈÈn processie en mis gevierd worden, het evangelie (als zijnde het
hoogste) met honderd klokken, met honderdprocessies, met honderd missen
wordt gepredikt.
- De schatten der kerk, waaruit de
paus de aflaten verleent, worden te weinig genoemd en zijn te weinig
bekend bij het christenvolk.
- Tijdelijke zijn het zeker niet,
dat blijkt, want zo gemakkelijk strooien ze die niet uit, integendeel,
veel kramers verzamelen ze alleen.
- Het zijn ook niet de verdiensten
van Christus en de heiligen, aangezien die zonder toedoen van de paus te
allen tijde het heil bewerken van de inwendige mens en kruisiging, dood en
hel van de uitwendige.
- Sint Laurentius zeide, dat de
armen der kerk de schattender kerk zijn, maar hij drukte zich uit naar het
spraakgebruik van zijn tijd.
- Het is geen slag in de lucht, als
wij beweren, dat de sleutels der kerk (door Christus' verdienste aan haar
gegeven) die schat uitmaken.
- Het is immers duidelijk, dat voor
het vergeven van straffen en vergrijpen de enkele macht van de paus
toereikend is.
- De ware schat der kerk is het
hoogheilig evangelie van de glorie en genade van God.
- Deze staat echter op uiterst
slechte voet met alle verdienste, want hij maakt van eersten laatsten.
- De schat der aflaten daarentegen
staat met alle verdienste op zeer goede voet, want hij maakt van laatsten
eersten.
- Dus zijn de schatten van het
evangelie netten, waarmee vroeger gevist werd naar mensen van vermogen.
- De aflaatschatten zijn netten,
waarmee heden ten dage gevist wordt naar het vermogen van mensen.
- De aflaten, die de kramers
aanprijzen als de grootste genadegaven, zijn inderdaad te beschouwen als
de grootste, in zover het betreft de vermeerdering van hun inkomsten.
- Toch zijn ze wezenlijk de kleinste
vergeleken bij de genade van God en de gewijde liefde van het kruis.
- Bisschoppen en pastoors zijn
verplicht, de vertegenwoordigers in pauselijke aflaten met alle eerbied
toe te laten.
- Maar nog meer zijn zij verplicht,
hun ogen de kost te geven en hun oren te luisteren te leggen, dat deze
heren niet in plaats van de boodschap van depaus hun eigen luchtkastelen
prediken.
- Wie tegen de geldigheid van de
apostolische aflaatbrieven zijn stem verheft, hij zij vervloekt en
verdoemd.
- Maar wie tegen de bandeloze
begeerte en drieste taal vaneen aflaatkramer op zijn hoede is, die zij
gezegend.
- Zoals de paus terecht zijn ban
bliksem slingert over hen, die met allerlei kunstgrepen knoeien tot schade
van de aflaathandel;
- Zo is hij van plan nog veel meer
te fulmineren tegen degenen, die onder de dekmantel van de aflaathandel
knoeien tot schade van de heilige liefde en de waarheid.
- De mening, dat de pauselijke
aflaten van die kracht zijn, dat ze een mens zouden kunnen loskopen, ook
al had iemand, wat natuurlijk onmogelijk is, de moeder Gods geschonden, is
krankzinnig.
- Wij beweren daarentegen, dat de
pauselijke aflaatbrieven zelfs de kleinste van de vergeeflijke zonden niet
kunnen opheffen, wat de toerekenbaarheid betreft.
- Wat men zegt - dat zelfs sint
Petrus, als hij nog paus was, geen grotere genadegaven uit zou kunnen
delen - is heiligschennis tegenover sint Petrus ende paus.
- Wij beweren daarentegen, dat Èn
hij Èn iedere willekeurige paus grotere heeft, te weten het evangelie,
krachten, gaven van genezing, enz., zie 1 Kor.12.
- Te zeggen, dat het kruis, als
kenteken in het pauselijk wapen opgericht, gelijkwaardig is aan het kruis
van Christus, is heiligschennis.
- De bisschoppen, de pastoors en de
theologen, die toelaten, dat men zulke preken levert voor het volk, zullen
zich te verantwoorden hebben.
- Deze drieste aflaatprediking maakt
het niet gemakkelijk, zelfs voor geleerde mannen, om de eerbied voor de
paus vrij te houden van de lasterlijke aanvallen of althans van de scherpe
vragen van de leken.
- Als daar zijn: Waarom evacueert de
paus het louteringsvuur niet om der wille van de hoogst heilige liefde en
de uiterste nood der zielen, wat toch een heel rechtvaardige zaak zou
zijn; als hij zielen zonder tal redt ter wille van het hoogst
verderfelijke geld voor bouw van een basiliek, wat toch een heel
onbelangrijke zaak is.
- En: Waarom blijven de plechtige
uitvaarten en de jaarlijkse dodenherdenkingen in stand, en waarom geeft
hij de fondsen niet terug - of geeft gelegenheid, ze op te vragen - die
daarvoor gesticht zijn, hoewel het toch niet juist is, voor verlosten te
bidden?
- En: Wat is dat voor een nieuw
soort vaderlijke liefde van God en van de paus: dat zij aan ongelovige en
vijandige mensen om geld toestaan een gelovige ziel, die God liefheeft,
vrij te kopen; en toch bevrijden zij haar niet om de nood van die vrome en
beminde ziel zelf, gratis uit liefde?
- En: Waarom worden kerkelijke
strafbepalingen, die feitelijk allang afgeschaft en krachtens
gewoonterecht vervallen waren, nog heden ten dage voorgeld afgekocht
krachtens de aflaatmachtigingen, als waren ze springlevend?
- En: Waarom bouwt de paus, wiens
vermogen vandaag de dag rijker is dan dat van de vermogendste rijkaard,
een dergelijke basiliek voor Sint Pieter niet liever van zijn eigen geld,
dan van 't geld van zijn arme gelovigen?
- En: Wat vergeeft de paus en wat
deelt hij uit aan hen, die door hun volmaakt berouw recht hebben op
volmaakte vergeving en deelgenootschap.
- En: Wat groter weldaad zou de kerk
bewezen kunnen worden, dan dat de paus zoals hij nu een enkele keer doet,
honderd keer daags deze vergiffenis en dit deelgenootschap toekende aan
alle gelovigen zonder onderscheid?
- Als het de paus met zijn aflaten
meer om het heil der zielen te doen is, dan om geld; waarom stelt hij dan
oude aflaatbrieven buiten werking, terwijl die toch onverminderd van
kracht zijn?
- Deze allerpijnlijkste nauwkeurige
aanklachten alleen met macht de kop in te drukken, en ze niet door het
geven van rekenschap te ontzenuwen; dat is de kerk en de paus blootstellen
aan de spot van hun vijanden en de christenen ongelukkig maken.
- Als dus de aflaten in de geest en
volgens de bedoeling vande paus gepredikt werden, waren al die kwesties
gemakkelijk op te lossen, ja, ze zouden er niet eens zijn.
- Daarom: Weg met al die profeten,
die tegen het volk van Christus zeggen: Vrede, vrede, en het is geen
vrede.
- Gezegend al die profeten, die
tegen het volk van Christus zeggen: Het kruis, het kruis en het is geen
kruis.
- Men moet de christenen aansporen
om Christus, hun hoofd, toegewijd te volgen in boetedoeningen,
verstervingen en pijnigingen.
- en om liever te vertrouwen, dat
zij door veel uitdrukkingen het hemelrijk zullen binnengaan, dan door een
verdrag met garanties. (Acts 14:22).
1517
Vertaald
door Frans van der Heijden (1918 - 2009) in 1960, toen Nederlands Hervormd
predikant te Lochem, Gld. Nederland.
Beschikbaar gemaakt voor Internet door Drs Adosh W. van der Heijden, adoshVERWIJDER
at HOOFDLETTERSknoware.nl
© Copyright F. van der Heijden. Het is niet toegestaan deze informatie voor
openbare toegang beschikbaar te stellen op andere plaatsen dan deze:
http://utopia.knoware.nl/users/adosh/luther/luther.html. Links naar deze site
zijn toegestaan na overleg met Drs Adosh W. van der
Heijden
Ga naar de Inleiding